08:43

Bergen. 

Bergen verzetten bergen. 

Ik weet het niet. 

Onrecht misschien. 

Het is onrechtvaardig dat we onrecht werden aangedaan. 

Worden aangedaan. 

Een rechtvaardigheidsgevoel dan misschien?

Ik weet het echt niet waarom. 

Waarom er steeds opnieuw geprobeerd wordt recht te krabbelen. 

Maar ik huil. 

Ergens. 

Hard. 

Ik merk het. 

En dat ik moe ben. 

Echt moe. 

En dat ik het niet snap. 

Echt niet snap.

Ik begrijp er niets van.

Dus ik kan echt niet antwoorden op uw vraag. 

Al doe ik mijn best. 

Om u een antwoord te geven. 

Maar ik weet het echt niet. 

Ik voel mij leeg. 

Hol. 

Doods. 

“Drained”. 

Weet het niet juist te vertalen nu. 

Op. 

Alsof alle fut (aha futloos mss), alle energie, alle kracht uit je is gesijpeld. 

Ik voel het ook lichamelijk. 

Mijn kuiten trillen. 

Zijn moe. Zwaar. Doen pijn. 

Volledig mijn benen doen pijn. 

Zijn zwaar. 

Uitgeput. 

Leeg. 

Leeggelopen. 

Lopen leeg. 

Alsof alle energie, als een dikke stroop, uit je lijf gezogen wordt.

Naar beneden. 

Door de zwaartekracht

De grond in getrokken. 

Gezogen. 

Je voelt die stroop over je. 

In je 

Door je. 

Druipen. 

Langzaam. 

En moeizaam. 

Zwaar. 

Je schouders doen pijn van het gewicht. 

Je lijf. 

Van de spanning. 

De inspanning. 

Van het uitlopen. 

Het leeglopen. 

Het verzetten.

Je loopt leeg, en zelfs dat is moeizaam. 

Kost energie. 

Veel energie. 

Verf. 

Verf die in dikke klieders en klodders naar beneden schuift. 

Van een canvas. 

Elke vorm uitvaagt. 

Alle kleur eraan onttrekt. 

Op zijn weg naar beneden. 

Naar het einde van je canvas. 

Je reden. 

Een omgekeerde berg. 

Waar alle sterke connotaties, die het beeld bij dat woord opwekken, uitsijpelen. 

Waar alle kracht, alle energie, elke sterkte, uit uitgewrongen wordt. 

Om een dal te vormen. 

Een ravijn. 

Een afgrond. 

Dat dieper en donkerder is.

Stuiken. 

Al heb ik voor het creëren van dat beeld een gebruikte koffiefilter genomen. 

Opgehangen.

En getracht van een deftige foto te maken met de telefoon.

Te bewerken, met de tools die daarop voorhanden zijn. 

Stom. 

En dat is dan misschien wel een beter beeld. 

Een koffiefilter. 

Gruis. 

Geruis. 

Gebruikt. 

Opgebruikt. 

… misbruikt. …

Alle eigen-schappen weg.

Alle kleur, geur en smaak eraan onttrokken. 

Nutteloos. 

Leeggelopen. 

Ben al van voor vijven wakker. 

Wou gaan fietsen. 

In Vlaams Brabant. 

Heb vanmorgen bo’kes met spek en eitjes klaargemaakt. 

Om mee te nemen. 

Ze staan in de koelkast. 

In een brooddoos. 

Te wachten. 

Om iets voor zeven, gaf de gps aan dat er file was. 

Een uur rijden naar de startplaats van de Eddy Merckx-route was al meer dan een uur en half geworden. 

Beter later vertrekken dacht ik. 

Na de ochtendspits. 

Best. 

Beter. 

Waarom? 

Waarom nog?

Stilvallen. 

Staren. 

Stom.

Stoppen. 

Acht uur drieënveertig. 

Waar zijn de voorbije twee uur naar toe?

Waarom sta ik hier?

Mijn benen doen pijn. 

Trillen. 

Voelen zwaar. 

Uitgeput. 

Ik voel mij leeg. 

Uitgeput. 

Futloos. 

Zinloos. 

Nutteloos. 

Én zwaar. 

Fysiek én mentaal. 

Uitgeput. 

Leeg. 

Ik denk dat ik er aan dacht dat ik zo graag, zo veel, nog zou willen vertellen. 

Nog graag, nog zoveel, zou willen doen. 

Maar de waarom niet ingevuld kreeg?

Waarom nog?

En ik merkte het vertragen. 

Voelde het. 

Te laat. 

Alsof er plots in een plas teer getrapt was. 

In drijfzand. 

In stilvallen. 

Een diep zwart gat.

Een omgekeerde berg.

En ik ben zo moe. 

Voel mij zo moe. 

Op. 

Ik heb gedacht dat er van het boek beter een stripverhaal kon worden gemaakt. 

Tekst én beeld in één ipv enkel tekst. 

Maar ik zou niet weten hoe ik er aan zou moeten beginnen. 

Hoe ik er alleen moet aan beginnen. 

Want ík, kan niet tekenen. 

En ik ben leeg. 

Hol. 

Uitgeput. 

Moe. 

Ik ben zo moe. 

En het is nutteloos zonder hun. 

Alles is nutteloos. 

Zinloos. 

Zonder hún. 

Leeg. 

Hol. 

Doods. 

En ik had net alle afwas gedaan. 

De keuken opgeruimd vannacht. 

Alle gesprekken van de afgelopen maanden nog eens doorgenomen. 

En ik zat vol energie. 

Boze energie. 

Omwille van het onrecht. 

Tégen al het onrecht. 

Recht krabbelen.

Wou gaan fietsen. 

Stom.

Ik weet het.

Om…

Ja, waarom?

Ik weet eigenlijk niet waarom.

Ik wou, gewoon denk ik, gaan fietsen.

Denk ik.

Maar…

Ik ben leeg. 

Hol. 

Doods. 

Ik ben moe en voel mij hopeloos. 

Machteloos. 

Nutteloos. 

Leeggezogen. 

Leeggelopen. 

Moe. 

Te moe om te gaan fietsen.

Stom te gaan fietsen.

Ik ben gewoon zo moe. 

Uitgeput. 

Op. 

Ik voel mij leeg. 

Merk ik. 

Denk ik. 

Ik bén …

Leeg. 

Hol. 

Dood!

En moe.

Ik ben zo verdomde moe.

Denk ik.

Maar misschien morgen.

Misschien ga ik morgen fietsen.

Misschien.

Stom hé.

1v8 © MMXX

1+

U ook genieten van:

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.