Zondag, 24 april MMXXII

Ik ben al heel lang bezig met een “about” (en nog eigenlijk)

Hoe én wat vertel je over jezelf, als je je “zelf” nog niet helemaal kent. 

Ik heb er dikwijls aan gedacht om al ‘een soort opsomming van technische informatie’ te maken. 

Maar net die ‘technische informatie’ doet totaal geen recht aan onszelf. 

Wat ik met die ‘technische informatie’ bedoel is datgene dat bijvoorbeeld op ons identiteitsbewijs staat. 

De technische gegevens die in de databanken over ons verzameld zijn:

Man, geboren in 1977 te Willebroek (België), alleenstaand (al wordt er na 10 jaar nog steeds de nadruk gelegd op ‘gescheiden’; alsof dát beter definieert dat je wel alleenstaande bent, maar niet vergeten mag worden dat je ‘gefaald’ hebt volgens die databank)..

Drie kinderen..

Dissociatieve persoonlijkheidsstoornis…

Ja, vergis u niet.

In die databanken worden wij, net zoals heel ons bestaan al trouwens, herleid tot wat technische en minderwaardige informatie. 

Informatie die meer zegt over een verpakking dan over de eigenlijke inhoud, maar eigelijk nóg meer over de verpakkers zelf

En omdat die inhoud niet strookt met het gekende, met de norm, het ‘normaal’, wordt er op die verpakking nog een extra label geplakt.

Eentje met een waarschuwing: “Anders!”.. “ziek”.. “labiel”.. of “gestoord”..

Uw ‘waarde’, áls die dan al bestond, wordt daarmee nóg maar eens gereduceerd.

En dát is eigenlijk pas ziek, labiel en gestoord!

Nee nee, ik vat wel waarom er in een maatschappij gegevens verzameld worden. 

Maar als de mens achter die gegevens keer op keer gereduceerd wordt tot niets meer dan een mate van overeenkomst of afwijking van een statistisch gemiddelde, gaat al het menselijke verloren. 

En daar staat “ik” dan. 

Ver weg van dat statistisch gemiddelde.

En daardoor ver, ver weg van dat wat dan volgens dat gemiddelde de ‘norm van het menselijke’ moet voorstellen. 

Waardoor ik al heel mijn bestaan, alleen en verloren, moet opboksen tegen immense vooroordelen, en oordelen.

Vooroordelen van een maatschappij die enkel statische gemiddelden als ‘menselijk’ beschouwt en mij daarmee, al heel mijn bestaan, buiten die maatschappij plaatst.

Buiten al dat ‘menselijke’ dus ook. 

Bedoeld en onbedoeld. 

En al wat ik ooit al geprobeerd heb om daar iets aan te veranderen.. tegen die maatschappij sta je machteloos!

En je ‘naasten’, en iedereen in je omgeving.. maken deel uit van die maatschappij.. ZIJN die maatschappij!

Maken dus deel uit van die structuur van statische gemiddelden die alles dat niet binnen die gemiddelden valt buitensluit en ontmenselijkt.

Ja, ik weet het. Ik ben aan het bijten. Het doet dan ook pijn! ..Ergens..

Het is ook, als sociaal dier zijnde, uitermate pijnlijk om altijd uitgesloten te worden van ‘de groep’..  ontmenselijkt te worden ook ..omwille van jezelf.. omwille van je echte “ik”..

En dat enkel omdat je afwijkt van die statistische gemiddelden..

Daarom wou ik in deze ‘about’ niet gewoon die opsomming van die ‘technische informatie’ over ons maken. 

Daar hebben we, om niet uitgesloten te worden, onszelf trouwens zélf al veel te lang achter verstopt. 

Dat was ook gemakkelijk. 

Als er, door die technische informatie, al een bepaald idee over ons was gevormd, was het gewoon ook makkelijker om dáár dan aan te voldoen, ..om ons achter de verwachtingen van die technische informatie te verstoppen en ons daarmee te camoufleren dan.. Allemaal,.. om maar niet uit ‘de groep’ te vallen..

Want elke keer opnieuw dat we ook maar een minuscuul stukje van ons echte “ik” toonden, ons gevoelige, andersdenkende, verdeelde ik, is dat meedogenloos afgestraft geweest.

Maar..

Ik ben die ‘technische informatie’ dus totaal niet. 

Niet alleen heb ik er geen ‘voeling’ mee (niet met die naam, niet met die leeftijd, niet met dat gezicht op die foto…), het zegt ook eigenlijk totaal niets over onszelf. 

Het zegt niets, maar dan ook totaal niets over óns.. als mens

Als entiteit. 

En ik wil net óns! tonen… als mens.

Mijn betrachting, ónze betrachting, met deze ‘about’ nu in het bijzonder maar eigenlijk met het blog in het algemeen, is net het stoppen van ons altijd maar te verstoppen. 

Het stoppen van ons te verstoppen achter een glimlach, achter voldoen aan de verwachtingen, achter aangeleerde mechanismen van ‘zwijgen en slikken’.. achter óns aanpassen aan.. en camoufleren met.. die statische gemiddelden. 

Het doel is net om de ‘mens’ te tonen en ons niet langer meer te camoufleren en/of te verstoppen achter die maskerade van ‘technische informatie’. 

Neen, het is net de bedoeling om ons, in alle kwetsbaarheid, in al onze complexiteit, met die hoogsensitieve (hsp) en hoogbegaafde persoonlijkheidskenmerken, met dat dissociatief identiteitsprofiel (DIS), in ál óns, in al ons “mens” zijn, waar we zo verschrikkelijk getraumatiseerd en afgestraft in zijn geweest, hoe zeer het ons ook beangstigd, te tonen.

De “mens”, achter de façade van die technische informatie, dát is wat we willen tonen. 

De ‘menselijkheid’.. van een diep getraumatiseerd wezen. 

Maar hoe begin je daaraan?

Ik”, is een complex, dissociatief systeem. 

Om dát te vertellen, om dus over ons iets te kunnen vertellen, denk ik dat er beter eerst even heel kort iets over dissociatie en structurele dissociatie van de identiteit verteld moet worden.  

Misschien een beetje kort door de bocht nu maar voor zover geweten heeft een organisme drie verdedigingsmechanismen in een bedreigende situatie: Vechten, verstijven of vluchten. 

Als er nu een situatie is, voor een dier, een mens, een mensenkind, die levensbedreigend is, maar waarbij verstijven die bedreiging niet wegneemt, letterlijk vechten of vluchten niet mogelijk is (omdat er bijvoorbeeld tegenover sterkere volwassenen gestaan wordt én je afhankelijk bent van die volwassenen), dan heeft dat organisme ‘normaal gezien’ geen verdedigingsmogelijkheden meer. 

Of toch?..

Het is ondertussen algemeen bekend binnen de psychologie dat er in extreme omstandigheden een extra dimensie in het verdedigingsmechanisme “vluchten” verscholen ligt. 

Niet een fysiek vluchten maar een mentaal vluchten. 

Dat, wat dissociatie genoemd wordt. 

Wat bijna letterlijk “ontkoppelen” betekend. 

Vooral in het enkelvoudige trauma, zoals een verkeersongeval, is dit ondertussen een gekend fenomeen. 

Al wordt het daar wel voornamelijk vertaald als een “het in shock zijn”, niet als dissociatie

Misschien, omdat er aan dissociatie, door de psychologie en de psychiatrie zelf eigenlijk, een al te negatief en vooral een ‘blijvend’ beeld, als van een ongeneeslijke (misschien zelfs besmettelijke) ziekte of een stoornis, aan wordt opgehangen.

En dan wordt “in shock zijn”, in tegenstelling tot dissociatie, terwijl het nochtans hetzelfde is, hetzelfde mechanisme, net door het als “een toestand van voorbijgaande aard” te omschrijven, een toestand van voorbijgaande aard.

Mensen kunnen dan “in shock” zijn, maar ‘blijven’ niet “in shock”.

Maar als je de beschrijvingen hoort of leest van mensen hoe ze die “shock” en zichzelf in die “shock” ervaren, dan wordt heel snel duidelijk dat dat niets minder is dan dissociatie.

Het “ontkoppelen” van zichzelf, het mentale vluchten van zichzelf en het mentaal ontvluchten van een situatie waar ze compleet machteloos tegenover staan… ->Dissociatie!

Maar ook het “van voorbijgaande aard” is daarin relatief, want ook al ‘komen’ mensen “terug bij hun positieven” na zo’n ‘shockende ervaring’ (merk hoe het woordgebruik in onze maatschappij een kwalitatief onderscheid tracht te installeren tussen “een shock” en dissociatie), toch vergeet het brein die ervaring niet. (Dat zou, evolutionair gezien, trouwens een heel maladaptieve aanpassing zijn). 

Er wordt wel gezegd dat iemand ‘over’ die ervaring heen is als ze terug ‘tot rust’ gekomen zijn. 

Het ‘bewijs’ dat ze ‘terug tot rust zijn gekomen’, dat ‘de shock’ voorbij is, is dan het terug ‘normaal functioneren’ (wat in de maatschappij eigenlijk op niet veel meer terecht komt dan: Productief zijn!). 

Maar is dat wel echt zo? 

Is die ‘shock’, die dissociatie van dat moment wel echt voorbij dan?

Vraag anders maar eens aan mensen die in een acute levensbedreigende situatie hebben gezeten waarom soortgelijke situaties hun jaren nadien nog dermate kunnen beroeren dat het hun functioneren beïnvloed. 

Maar laat ons daar hier nu niet verder over uitweiden.

Wat wel nog interessant is om hierbij te vertellen, met oog op die ‘about’, is het volgende:

Niet elke persoon is hetzelfde. 

Met andere woorden: Niet elke persoon reageert even heftig op eenzelfde prikkel. 

Laat ons dat even heel kort proberen verduidelijken met een beeld. 

En aangezien dissociatie (en dus ook ‘shock’) een vorm van vluchten is..

– Stel u een groep impala’s (een Afrikaanse antilopesoort) voor die rustig staan te grazen als er plots een leeuw uit de struiken springt.

Impala’s zijn vluchtdieren, dus vluchten ze. (Laat er ons hier even vanuit gaan dat er geen evolutionair wonder tussen zit dat verlekkerd is op leeuw he, dus ze vluchten allemaal.)

Maar niet elk afzonderlijk dier, vlucht even ver.

Sommigen lopen ver voor op de kudde, de meesten zullen vluchten samen met de groep en sommige vluchten minder ver weg. 

Als dat gevaar nu geweken is (de leeuw is te moe om te lopen en gaat visjes vangen) keren die impala’s terug om verder te grazen. 

Het spreekt voor zich dat diegene die minder ver ‘weggelopen’ zijn ook minder tijd zullen nodig hebben om ‘weer te keren’. 

Als we dat nu vertalen naar een enkelvoudig trauma zoals een verkeersongeval zou er kunnen gesteld worden dat niet iedereen ‘even ver wegvlucht’ in “shock” en dus niet iedereen even lang nodig heeft om terug te keren uit die dissociatie (wat die shock dus is).

Het ‘gevaar’ is geweken en als er zich geen nieuw gevaar voordoet kan er worden teruggekeerd naar ‘de veiligheid’ en ‘de rust’ om dan ‘verder te grazen’. 

Maar als een organisme nu niet één keer maar twee keer een situatie meemaakt –meervoudig trauma dus– waar het zo machteloos tegenover staat dat enkel “ontkoppelen” -dissociëren dus- (in “shock” gaan dus!) nog een mogelijke bescherming is..

Hoe lang heeft het dán nodig, om ‘weer te keren’ naar ‘veiligheid’?

En als dat niet twee, niet drie.. niet tien keer voorvalt.. maar onophoudelijk repetitief is..

En als je de eerste keer tien meter “wegvlucht”.. de tweede keer twintig.. enz..

Maar als die dreiging toch nog constant blijft.. hoe ver je ook probeert “weg te vluchten”..

En als dat niet op één vlak maar op meerdere vlakken gebeurd.. (mentaal, fysiek, seksueel..)

En als dat niet in één situatie maar in zo goed als elke situatie gebeurd.. en niet door één persoon maar door zo goed als alle personen in je omgeving..

Begin je stilletjesaan een beeld te krijgen van de situatie waarin we veertig jaar gezeten hebben?

Een situatie van vluchten, op vluchten, op vluchten.. omdat er geen andere optie was.. tot je zover weggevlucht bent dat je zo verloren bent dat je niet meer ‘terug geraakt’. 

En ‘natuurlijk’ is niet elke situatie even levensbedreigend geweest.. maar als je al aan het vluchten bent.. als dat het enige is dat je kent..

Ik’ zeg hier nu veertig jaar en geen vijfenveertig omdat we de voorbije vijf jaar, sinds we gecrasht zijn, aan het proberen zijn om ‘terug te keren’ en daardoor niet willen meerekenen..

Maar eigenlijk is er op die vijf jaar nog steeds niets veranderd.

Integendeel eigenlijk.

Dik integendeel!

Want sinds er hulp gevraagd is, is dat ‘waardeoordeel’ alleen maar gedaald. Verder gedaald.

Van minderwaardigheid naar nietswaardigheid.

Van ‘wezen’.. naar taboe.., stigma.. en Paria!

Oepsie.. we zijn weer op ons kaak aan’t bijten.

Maar om nu terug te komen op die “about’, nu we grosso modo het vluchtmechanisme van dissociatie verwoord hebben, kunnen we proberen om ons “ik”, als complex dissociatief systeem, te verwoorden.

Ik wil daar hier technisch toch niet te diep op ingaan –daarvoor staat ter informatie die theorie over de structurele dissociatie van de persoonlijkheid op het blog– maar “simpel” gezegd kan een situatie zo levensbedreigend worden –vooral als het op jonge leeftijd reeds gebeurd en repetitief is– dat de ‘herinnering’ daaraan niet alleen te dragen is; en dat de noodzaak voor een volledige “ontkoppeling” aan de ‘herinnering’ van die gebeurtenis zo groot wordt, dat het daardoor een apart ‘deel’ wordt.

Ik zeg het: het is maar ‘simpel’ uitgelegd nu en eigenlijk doet dat helemaal geen recht aan die identiteiten in mij.

Die ‘Delen’, die alters, die Aparently Normal Parts (ANP –delen) en die Emotional Parts (EP -delen) ..

En die zijn zéér reëel!

Die dissociatie, dat vluchten van een situatie en/of van jezelf kan dus voor zó’n diepe “ontkoppeling” zorgen.. dat die “ontkoppeling” op zich een apart ‘deel’ kan worden en/of dat er iets of iemand nodig is om dat “ontkoppelde” te ‘beheren’, daar voor te zorgen of dat te beschermen…

“Ik”, is een complex dissociatief systeem. 

Zonder dat zelf zo te ‘kunnen’ benoemen heb ik dat altijd geweten. 

Voor zover ik weet, ben ik nooit alleen geweest. 

Maar het is mij heel snel heel duidelijk gemaakt dat daar over spreken óók levensbedreigend was. ..Ís?!..

En dat je daar wéér mee uit ‘de “veiligheid” van de groep’ valt.

Dat er dan ook nog eens, door de situaties waarin we constant verkeerden, ‘sommigen’ van dié identiteiten getraumatiseerd zijn geraakt, heeft voor een nog complexer systeem, ter beveiliging, gezorgd.

Een systeem dat als een soort buffer tussen mij (als in die identiteiten dus) en de buitenwereld staat. 

Een overkoepelend systeem dat alles van buiten, buiten houdt en alles van binnen, binnen. 

Maar het is, om het zo te zeggen, iets te goed in zijn taak geworden. 

Waardoor het onbedoeld, mij -als in die identiteiten- volledig afsluit van mij ook. 

Of dat was toch zo tot 2017, tot we -als in dat systeem- gecrasht zijn. 

Sindsdien proberen we om ‘terug te keren’. 

Maar dat is heel moeilijk ondervind ik nu. 

Vooral ook omdat we constant alleen blijven voor staan. 

En die ‘dreiging’.. die is jammer genoeg nog steeds aanwezig. 

Deels “enkel” in ‘de ogen van dat systeem’, maar deels ook zeer reëel, nog steeds, in ‘de ogen van die maatschappij’ dus.

En daar willen we met dit blog ook iets aan proberen veranderen.

1v8_k_vdk – didisdna ©MMXXII