12:21u

Ik merk dat er hier nog niet vanuit ‘de ziel’ wordt geschreven.

Waardoor ik merk dat ‘ik’ hier nog niet vanuit ‘mijn ziel’ kan schrijven.

Niet zoals we wel zouden willen.

Omdat ik niet durf.

Omdat het niet kan. Omdat het niet mag.

Omdat zoals altijd alles te onveilig is. Dat ook telkens opnieuw bevestigd wordt.

Omdat ‘ik’ onbeduidend is. Verloren, versplinterd, bedeesd, beschadigd, wantrouwig, afgesloten, behoeftig, eenzaam, laf, moedeloos, zwak, … wanhopig, …  en Bang…  ‘Ik’ is bang. En ‘Ik‘ is terecht bang.

Ik heb ook niet het talent van bijvoorbeeld een Jacques Brel, of een Hilde Rens. (om maar enkele wonderlijke mensen te noemen)

Ik‘ het talent niet bezit om dát soort moed op te brengen, van je hart zó op tafel te smijten. Van je ziel, wat dat dan ook mag zijn, zó naakt, in al zijn kwetsbaarheid, net zoals zij deden, in zo’n onveilige, vijandige wereld te grabbel te gooien. Te tonen wie ze zijn en wat ze denken, en te hopen…, tegen beter weten in… , van niet vermorzeld te worden. Zich te tonen en te hopen dat er iemand luistert. Al is het maar één iemand. Eén iemand die écht luistert. Kán luisteren. Luisteren naar.. niet luisteren vanuit..

Ik‘ dan, is bang om zich te tonen, en evenzeer om nog te hopen. Nog te mogen geloven in hoop zelfs. Al die gedachten dan, die bedenkingen die leven, beïnvloeden mij sterk. Al weet ‘ik’ rationeel wel dat ‘ze’, ondanks de noodzaak, allemaal niet meer zijn dan ‘mijn eigen‘ dwaze, losgekoppelde en versplinterde gedachten. Geboren, gevoed en belevend door ervaringen. Ervaringen die, ondanks de vele andere perspectieven die daarbij kunnen worden gezien, toch blijven doorwegen. Steeds bekrachtigd ook door een omgeving die zelf van ‘altijd’, altijd maakt.

Ik weet het. Ik weet het. Het zijn maar gedachten. Het zijn maar mijn eigen veelvuldige, naïeve en infantiele bedenkingen bij wat die neurologische impulsen opwekken. Wat nooit meer is dan dat: gedachten. Interpretaties van informatie door een stel hersenen. Interpretaties van het brein, een orgaan, dat als enige functie heeft, om informatie, geproduceerd door de interne chemische en/of elektrische veranderingen die door interactie worden gegenereerd, om te zetten en behapbaar te maken voor een levensvorm, om ‘gewoon‘ te functioneren. Eentjes en nulletjes. Wat dan een ‘gevoel’ veroorzaakt, om je systeem te doen handelen, en waarvan die interpretaties ‘emoties’ worden genoemd. Wat dus eigenlijk niet meer is dan de verwerking van die elektrische impulsjes tot een soort van relevante informatie om te overleven. Relevante informatie voor een mechanisme dat misschien wel redundant is geworden maar voorlopig nog dient te blijven bestaan. Al is over dat laatste sterke twijfel. Maar het laat zich niet zomaar uitschakelen. Het ís niet zomaar uit te schakelen!

Het is ook nooit goed genoeg en er wordt getwijfeld aan enig talent. Voor eender wat.

Al geloofde Brel totaal niet in ‘talent’. En ‘Ik‘ gelooft al lang niet meer.

Dus is het eerder dat ik de ‘ballen’ niet heb zoals J. Brel of H. Rens. Of wie dan ook. De ‘ballen’ niet heb om mezelf te tonen. Het lef niet, de moed niet… Misschien uit vrees om weer niet begrepen te worden… weer verkeerd geïnterpreteerd te worden. Zoals altijd. En die altijd ís reëel! Die altijd is nog eens bevestigd de realiteit te zijn. Al is het de mijne. ‘Mijn’ realiteit. Ze maakt ze niet minder reëel. En mogelijk ontbreek nu de weerbaarheid, om daar nog langer mee om te kunnen. Mee om te willen kunnen. Wat ook beangstigend is. Ergens. Denk ik.

Die beide voorgenoemde trouwens, werden óók zo dikwijls verkeerdelijk geïnterpreteerd en totaal misbegrepen. Bedolven en verpletterd onder subjectieve insinuaties. Zelfs collectief georchestreerde op rages surfende sensatiebeluste insinuaties. Omdat er niet geluisterd wordt. Niet wil geluisterd worden. Niet geluisterd werd en subjectieve interpretaties werden toegevoegd zonder te vragen of die wel correct waren. Hallucinant!

Angst dan, om niet gehoord te worden, omdat er niet geluisterd wordt. Omdat mensen heel slecht kunnen luisteren. Heel veel gehoord wordt wat er wil worden gehoord. Te veel! En ook te weinig.

Of om weer bevestiging te krijgen van de ervaringen in mijn rugzak.

Mijn ziel, wat het dan ook mag betekenen, te versplinterd is.

De conflicten te groot.

Er in eenzaamheid, naar rust wordt verlangt. Er naar snakkend. Het levensnoodzakelijk geworden is. Die eenzaamheid. Die rust. De eenzaamheid hatend, maar niets anders kunnen toelaten. Het alleen willen.. maar het niet meer alleen kunnen.

Iemand zei me eens dat ik positiever moet leren denken.

Ik denk niet dat er velen zijn die positiever denken dan ik. Dat ik, voorlopig, ondanks alles hier nog ben is het beste bewijs.

Och ja,… Misschien ben ik gewoon moe. Te moe. Doodop.

‘Ne me quitte pas’, wat Brel zelf zijn ode aan de lafheid van de man noemde zou hier wel passen. Of ‘Porselein’… ‘Vrije val’ of ‘Niemand iemand’…

Wat een sterke mensen toch… ik wou dat ik een fractie van hun moed kon vinden… om misschien ook mijn lafheid te kunnen doorbreken… ‘goedschiks of kwaadschiks’…

Maar hey… misschien interpreteer ik ze wel totaal verkeerd.

Kadir-Kéren © MMXX

0

U ook genieten van:

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.