Zaterdag, 13 november 2021 – 03:37u

Leeg, werden we wakker.

De jongens zijn hier, dus zijn we nog eens naar boven gekomen.

Beneden lichten aandoen zou enkel ook hun rust verstoren.

Het ‘voelt‘ alsof we het weer kwijt zijn.

De ‘beweging’, die we begin van de week hadden opgemerkt, weer volledig gestopt is.

Zondag en maandag was er, door het lezen in die boeken van Alice Miller, beweging ontstaan.

Een mix van een soort kwaadheid, frustratie en verdriet denk ik.

Om in die boeken, geschreven door een erkende psychotherapeute, een gevestigde waarde, zwart op wit, bevestiging te lezen van datgene dat we opmerkten en getracht hadden te verwoorden, had voor die beweging gezorgd.

Het is zo moeilijk om onze eigen gedachten waarde te geven.

Nog moeilijker om die te verwoorden.

Laat staan te delen.

Als we dat, na grote inspanning, dan toch eens kunnen doen –zoals er enkele weken geleden via mail aan psychologe en psychiater is gedaan– is dat voor ons een hele prestatie.

We waren ergens een beetje trots op onszelf dat we ondanks alle moeilijkheden waar we tegen opbotsen -niet in het minst in onszelf- onszelf toch een beetje waarde hadden kunnen geven om aan psychologe en psychiater aan te geven wat we opmerkten.

Trots, om hun net voldoende vertrouwen te kunnen geven, om het aan te durven wat we opmerkten te verwoorden.

Met heel veel zorg en aandacht -niet in het minst voor hun- was dat, over een tijdspanne van weken, in een zo coherent mogelijke tekst gegoten.

Die tekst was hun in mail toegezonden.

U dient te weten dat de angst om niet geloofd te worden, om misbegrepen te worden, om te uiten wat we opmerken, denken en/of voelen, en daarvoor afgestraft te worden, zó verwrongen en buitenproportioneel gigantisch is, zo levensbedreigend zelfs, door opvoeding en ervaring, dat hier werkelijk van een huzarenstukje kan gesproken worden.

Die angst is doorheen heel die tekst ook nog eens verwoord.

Toch is die tekst, ondanks alle zorg en uitingen van bezorgdheid, net zo ontvangen zoals we hoopten dat hij eens niet ontvangen zou worden.

Zoals waar we voor vreesden, en zo zorgvuldig getracht hadden te vermijden met de verwoording.

En weeral.

We konden niet anders dan denken: “Weeral!”

Twijfel.. Een enorme twijfel overviel ons weer.

En een schuldenlast.. die geen weerga kent.

“Ligt het toch aan ons? Ligt het toch ‘gewoon’ allemaal aan ons, zoals ons heel ons bestaan al verweten is?”

En we willen dat ook graag geloven -ergens- omdat dat is wat we kennen.

Hoe pijnlijk dat ook is… dat is, wat we kennen.

“Onze fout, onze schuld.. en wij zijn niets!”

Maar we kunnen niet ont-lezen wat we de voorbije jaren hebben gelezen.

Kunnen niet ont-weten, wat de afgelopen jaren te weten zijn gekomen. (en wat we eigenlijk, diep vanbinnen, altijd al ergens geweten hebben)

En nu lazen we in die boeken van Alice Miller exact wat we met een klein hartje hadden proberen verwoorden aan die psychologe en die psychiater.

“Een patiënt met ‘antennes’ voor het onbewuste van de therapeut zal daar prompt op reageren”, schrijft Alice Miller.

En verder: “De verlangens van de therapeut naar bevestiging, naar weerklank, naar begrepen en serieus genomen worden, kunnen door de patiënt bevredigd worden wanneer hij ‘materiaal’ aanlevert dat past bij het aangeleerde ambacht van de therapeut, bij diens concepten en dus ook diens verwachtingen. Daartoe is de patiënt in staat, hij kan alles wat van hem verwacht wordt.”

En dat hadden we opgemerkt.

We hadden opgemerkt dat we dat weer aan het doen waren -zorgen voor anderen en in dit geval voor het onbewuste van de therapeuten- en we hadden die dynamiek proberen verwoorden in die mail.

De frustraties over dat we die dynamiek steeds opnieuw opmerken en maar proberen aan te kaarten, maar dat er ondanks al onze betrachtingen om dat te verwoorden al twee jaar en half niets aan verandert, was in die mail nóg maar eens getracht te verwoorden.

Met zorg, voor die therapeuten, en met een heel klein hartje ook een beetje voor onszelf.

Om iets te proberen te veranderen. Om onszelf uit die versmachtende impasse te proberen halen. In de ‘hoop‘.. onszelf te kunnen helpen door die therapeuten te helpen eigenlijk. Door te proberen, hun ‘kop uit het zand’ te halen.

Maar het mocht niet zijn.

Het mocht weer niet zijn.

Dat schrijven werd niet in dank aangenomen.

Het werd ons zelf heel kwalijk genomen.

Weeral!

“Kinderen die te veel ‘merken’ worden daarvoor bestraft en internaliseren de sancties zo sterk dat zij als volwassenen niets meer hoeven te merken”, zegt Alice Miller.

En ik denk dat dat het patroon is dat we probeerden te doorbreken want:

A.M.: “Omdat sommigen echter, ondanks alle sancties, dat ‘merken’ niet kunnen laten…”

En toch.. Toch twijfelen we aan onszelf. Omdat dat is, wat we kennen.

Woensdag, op gesprek bij die psychologe, is nog maar eens getracht om dat aan te geven.

Maar de chaos en de paniek was al te groot.

De ‘beweging’ die we in het begin van de week opgemerkt hadden.. was weer gestopt.

A.M.: “De verdringing van het lijden in de kindertijd bepaald niet alleen het leven van de enkeling, maar ook de sociale taboes.”

Men toornt niet aan ‘gevestigde waarden’.

En misschien is dat opmerkten, maar daar totaal niets aan kunnen veranderen, ondanks alle zorgzame en goedbedoelde pogingen, wel het grootse drama van “Het drama van het begaafde kind”.

𝒾∂เรᗪ𝔫©️MMXXI

Je kan misschien ook genieten van:

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.