08:01

De nood van gisteren vertaald zich in zelfverwijt vandaag.

Als een egel die zich tot een bolletje oprolt voor een aanstormende wagen en zich nu zelf verwijt platgereden te zijn.


Dat is hoe de dagen voor ons aanvoelen als we weer maar eens geprobeerd hebben om iets uit te leggen en uit de response, verbaal maar zeker ook non-verbaal, duidelijk wordt dat er weer niet geluisterd is; dat we weer maar eens niet begrepen zijn.

Voor de zoveelste keer is de interactie weer tot een verantwoorden van onszelf voor de gedachten van een ander geworden.

Gedachten en gedrag dat op ons geprojecteerd wordt en niet van ons is, maar waar wij ons toch voor moeten verantwoorden.

En dan ben ‘ik’ als die egel; en de maatschappij en de mensen die wij ontmoeten in die maatschappij als een baan –een eenrichtingsbaan– en de voertuigen op die baan.

Alles rijdt, vanuit het perspectief van die egel tegen een potsierlijke snelheid, in die ene richting.

En die egel, ‘ik‘, ‘wij‘, staat aan de kant.

Wachtend om over te steken.

De hitte van het asfalt verbrandt mijn pootjes, dus kan ik niet op die baan blijven.

Ik ben van nature ook niet uitgerust om mee in die ‘voertuig-stroom’ tegen die potsierlijke snelheid te bewegen.

Blijven waar ik ben kan ook niet, want alles ‘achter‘ mij staat in lichterlaaie.

Om te overleven moet ik naar de overkant.

De meeste voertuigen merken mij in hun razende haast niet eens op.

Sommige voertuigen merken mij wel op maar worden ofwel kwaad omdat ze voor ‘mij’ moeten uitwijken ofwel zien ze mij als een soort ‘mee te graaien “bonus”‘ in hun race om ‘een plekje op te kunnen schuiven’ in die ‘stroom’.

Er zijn voertuigen geweest die mij verleid hebben om over te steken.

Soms met de beloften van ’te blijven staan’, ons te zullen beschermen of ons ‘lief’ te hebben..

Om dan, als we in beweging naar de overkant waren, met gierende banden in ‘volle sjas’ over ons te denderen.

Er zijn vele momenten geweest dat we dat amper overleeft hebben.

Ik verwijt mezelf zowel dat we die voertuigen vertrouwd hebben als dat we niet doorgelopen zijn naar de overkant.

Ook al is 1/3 het verst dat we ooit geraakt zijn, en was het in paniek ergens logischer om die 1/3de terug te lopen in plaats van die 2/3de verder te lopen.

“Waarom wil je oversteken? Ga toch ‘gewoon’ mee met de stroom!”, is een verwijt dat we zo dikwijls te horen krijgen.

Vanuit het perspectief van die baan en die voertuigen wordt er niet begrepen waarom we niet ‘gewoon’ mee kunnen in die stroom.

Er wordt niet begrepen dat wij daarvoor niet uitgerust zijn.

“Dat zit gewoon tussen uw oren! Doe toch gewoon ‘gewoon’ zoals elk ander voertuig!”, wordt ons gezegd.

“Zien ze dan niet dat ik een egel en geen voertuig ben?”, denk ik, “Zelfs niet als ik hun dat vertel!?”

Er zijn nu voertuigen waar we af en toe mee praten.

Die zeggen ons wel dat ze begrijpen dat we een egel zijn en geen voertuig, maar als we ons op een bolletje rollen, als we voelen dat ze ons toch ook als voertuig behandelen en ons mee in die voertuig-stroom proberen trekken, omdat dát het enige perspectief is dat ze zélf kennen, reageren ze toch verbaasd.

Dan denken ze dat ik een voertuig ben dat zich ‘gewoon’ gedraagt als een egel, in plaats van echt te begrijpen dat wij geen ‘voertuig’ zijn, maar een echte egel.

Wat ik ook zeg of wat ik ook doe, er wordt van mij niet aangenomen of begrepen dat ik een echte egel ben.

Niet die ‘baan’ noch die ‘voertuigen’ kunnen vanuit een ander perspectief kijken dan als baan en/of voertuig.

En zo kijken die dus ook naar mij: Als voertuig.

En ok, de analogie klopt niet voor de volle 100%, want in het echt ben ik ook mens, net zoals hun!?..

Maar mijn denken is zó anders, dat het echt haaks op die ‘baan’ en die ‘voertuigen-stroom’ staat.

Die dan voor mij tegen een onbegrijpelijke en onnavolgbare snelheid (blind) één richting uitraast.

En mijn verlangens en mijn noden staan bijna altijd 180 graden in de andere richting gekeerd.

Maar dát wordt niet begrepen.

Omdat die baan en die voertuigen in die ene richting gaan.

En omdat dát, die ene richting, het enige perspectief is dat die baan en die voertuigen kennen én kunnen zien, voor ALLES! en IEDEREEN!, begrijpen die niet dat als ik mij tussen die voertuigen-stroom beweeg, dat ik dan kapot ga.

Dat ik dat enkel kan opgerold als een bolletje, hotsend en botsend overal tegenaan stotend met gevaar voor eigen leven.

En ik wéét dat, omdat ik dat 40 jaar gedaan heb.

Omdat dat van mij werd verlangd, geeist werd, en dat ik dat daarom veertig jaar lang gedaan heb.

En ik verwijt die baan noch die voertuigen daar iets van, maar dat begrijpen die ook niet!

Wat ik ook zeg of wat ik ook doe, die begrijpen dat niet omdat die dat zelf zo niet zien en denken dat alles en iedereen denkt en ziet zoals zij.

Het eenzijdige, blinde perspectief dat die zelf hanteren en volgen, projecteren die ook op mij.

Wat ik ook zeg of doe!

En ik krijg bakken kritiek en verwijten naar mijn hoofd gesmeten omdat ik nu zeg, ALS EGEL!, dat ik mij niet meer in die voertuigen-stroom wil bewegen.

En er is niemand dat dat begrijpt.

Niemand begrijpt echt dat ik een egel ben en geen voertuig.

Niemand die het verkeer eens tegen houdt om mij over te zetten; of mij over te laten lopen.

In het “beste” geval wordt er over ons gedacht dat we een voertuig zijn dat zich alleen maar gedraagt als een egel; en krijgen we daar, van die voertuigen waar we nu af en toe een uurtje mee praten, wat “begrip” voor.

Maar, hoe goedbedoeld ook, wat ben je met ‘begrip’ dat niet van toepassing is op jou!?

Dat is als zeggen tegen een persoon in transitie dat je begrip hebt voor de transitie op zich, maar dan weigert om die persoon anders te zien dan zijn of haar aangeboren geslacht.

Weigert dus om de aangeboren gender, die niet overeen kwam met het aangeboren geslacht, te aanvaarden.

Dat ís geen begrip!

Net zoals het voor ons geen begrip is, geen echt begrijpen, om zogenoemd begrip te tonen voor “onze egel-achtige reacties“, maar ons toch als voertuig te blijven zien en behandelen.

Is het dan echt zo verwonderlijk dat wij ons blijven oprollen tot een bolletje en dat mensen zich blijven prikken aan ons?

Voor al die ‘voertuigen’ blijkbaar dus wel.

Die snappen niet dat ze zich prikken aan ons omdat die maar niet willen aanvaarden dat wij een echte egel zijn en geen voertuig.

Waardoor die dus ook onze echte verlangens en noden niet vatten; en enkel maar hun eigen verlangens en noden op ons blijven projecteren.

Daardoor zitten we in een impasse.

En daardoor blijven we in een impasse zitten.

Een impasse, een egelstelling, waar we onszelf de schuld van geven maar die eigenlijk uitgelokt wordt door de ‘egelstelling’ van die voertuigen.

Want die vatten niet dat hun eigen eenzijdig perspectief, dat ze dan ook nog eens op óns projecteren, net een absurd egel-achtig gedrag is dat ons, omdat wij dan wel een echte egel zijn, op een bolletje doet rollen.

Pfff..

Hoe absurd!

𝒾∂เรᗪ𝔫©️MMXXII

Je kan misschien ook genieten van:

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.