Kort nadat vrijdagavond teruggekeerd was van bij de psycholoog stak er weer zo’n felle hoofdpijn op.

Een plotse en onverwachte pijnscheut schoot zonder duidelijke aanleiding door mijn schedel als een bliksem bij heldere hemel. Waarbij die withete lading zich met een donderend gekraak dwars door mijn hersenpan boorde en daarmee de realiteit voor de komende dagen aankondigend.

Zwarte plekken afgewisseld met withete lichtflitsen die als sterretjes voor mijn ogen dansen en zo fel zijn dat ik er misselijk van wordt. Die mijn ogen doet samenknijpen in een ijdele poging ze niet meer te zien.

Geluiden die plots tot een factor n versterkt worden zodat elk minuscuul geluid een ware decibel-aanslag op mijn gehoororgaan is en genadeloos door heel mijn brein galmt. Een verdovend piepende toon nalatend alsof je net vanuit een discotheek de vroege uurtjes  bent ingewandeld.

Zo wordt de voorbode van zo’n allesomvattende hoofdpijn die de daaropvolgende dagen weer alles zal overschaduwen ervaren.

Ik zoek naar wat déze keer de aanleiding kan zijn maar kan weinig zinvols of constructief bedenken. Al komt het deze keer wel weer zéér sterk over als straf. Waardoor er wordt afgevraagd wat er nu weer fout is gedaan of gezegd en we weten dat pijnstillers weinig effect zullen hebben.

Zo mottig als een krab en met een hoofd dat op ontploffen staat wordt er zaterdagmorgen, na een nacht met amper slaap, op de koersfiets gekropen.

Vraag niet waarom want daar is voor anderen geen bevattelijke uitleg voor. Maar ondanks dat ik niet wil, móét ik er aan toegeven. Er is geen compassie mogelijk.

En dat laat zich 65 km later ook duidelijk gelden als ik gehurkt over de pot mijn zielige hersenen probeer uit te braken. Want meer dan het beetje water dat onderweg gedronken is zit er anders niet in mijn lijf. 

Ik heb dikwijls hoofdpijn, en al heel lang. Al variëren ze in frequentie en intensiteit.

Maar dat weet zelfs de huisdokter niet. Meestal zeg ik er ook niets van als ik hoofdpijn heb. Of enkel langs mijn neus weg omdat ik geen Dafalgan of Neurofen meer in huis heb. Maar daarbij laat ik geenszins iets van de hevigheid van zo’n hoofdpijnen merken.

Dát wordt gezien als een zwakte.

De hoofdpijnen én de moeite die het dan kost om te kunnen functioneren. Laat staan dat iemand er van op de hoogte zou zijn hoe kwetsbaar we op zo’n momenten zijn.

Dus probeer ik mij, als het enigszins mogelijk is, ‘gewoon’ zo onopvallend mogelijk terug te trekken op die momenten.

Het belet te zeer om na te denken en versterkt alle zintuiglijke prikkels, die sowieso al zo sterk binnen komen, nog meer. Waardoor concentreren en controleren extra zwaar belemmerd worden en ‘normaal’ functioneren nog méér energie vraagt dan anders.

Vroeger zei ik er dus niets van en deed ik gewoon alles wat van me werd gevraagd.

Tegenwoordig durf ik al af en toe eens iets af te wimpelen, door te zeggen dat ik pijn heb. Al wordt dat meestal niet in dank afgenomen en weggewimpeld als ‘carottentrekkerij’. Zeker als mensen iets verwachten van mij. Dan wordt het net als zovele andere zaken tot een neerbuigende “het-zit-tussen-je oren”- herleidt.

Waardoor ik sterk getriggert wordt in dat falen en ondanks wat ook, dan toch meestal doe wat verwacht wordt. Of het nu werken is, naar een (“familie”)feest gaan of een afspraak nakomen. Zodat niet zou opvallen dat het eigenlijk echt niet gaat.

Omdat elk ‘mankement’, hetzij fysisch dan wel psychisch, gezien wordt als zwakte en angstvallig verborgen moet worden gehouden.

Het geeft anders een gevoel niet perfect te zijn en te falen. Dus verzwijg ik het. Of het nu zo’n hoofdpijn is of iets anders.

Dat is ook de reden waarom er zelfs op het blog nog niet verder verteld is over mijn knie, en ondanks dat die allesbehalve ok is, er ‘gewoon’ weer wordt gewandeld, gefietst en gelopen. De pijn verbergend en negerend in minachting voor mijn eigen zwakte, het falen van het omhulsel. 

Er is altijd getracht om onszelf een sterk profiel aan te meten. Een façade om achter te verstoppen hoe kwetsbaar we zijn. Het imago van het “hardgekookte ei” zodat niemand zou ontdekken hoe fragiel, versplintert en kwetsbaar heel mijn binnenwereld écht is.

Hoeveel energie het kost om alle delen, de hoogsensitiviteit en die kwetsbaarheid te verstoppen.

Hoe energie slopend het voor mij sowieso al altijd is geweest om ‘gewoon’ te functioneren in de wereld. Laat staan om daarnaast ook ‘normaal’, volgens de geëiste normen, te functioneren in de maatschappij.

Een maatschappij waar geen enkele connectie mee wordt gevoeld. Een wereld waar zoveel afstand in gevoeld wordt, zoveel onnodig onrecht en leed in gezien en ondervonden wordt maar waar toch zo graag verbinding mee zou worden gemaakt. Daarin ook met mezelf. Maar kwetsbaarheid steeds afgestraft is geweest en dus verborgen dient te worden.

Want enkel perfectie wordt getolereerd en daarin zijn we dus gedoemd om te falen.

Ik wil dit niet meer maar ben uitgeput van alle pogingen om te proberen die vicieuze cirkel te doorbreken en steeds op muren te botsen.

Muren zoals Te Gek!?, een organisatie die het taboe rond psychische kwetsbaarheden wil doorbreken maar mij geen plaats wil geven op hun blog omdat niet alles wat ik schrijf -al is wát ik schrijf de eerlijke realiteit- een hoopvolle boodschap heeft volgens hun. Waarmee ze bewijzen dat ze dan niet goed lezen wat wordt geschreven en ze hun eigen opzet flagrant ondermijnen.

Ik wil mij niet meer verstoppen.

Daarom probeer ik met het blog nog om de schaal open te breken.

Om te tonen wat er allemaal zit. Het niet meer te hoeven verstoppen. Niet meer alleen te moeten dragen.

Al zorgen pijnlijke acties zoals die van sommige “geleerden” in de hulpsector, de psychologe λ…. en Te Gek!? voor weer nog meer wantrouwen.

En ben ik ook bang om te ontdekken dat onder de harde schaal misschien iets zit dat zoveel noodzakelijke dingen heeft moeten ontberen dat het zelfs niet meer levensvatbaar is. 

Ik weet niet waarom ik nu weer zo’n hoofdpijn heb, maar ik ben het wel beu!

1v8 © MMXX

Je kan misschien ook genieten van:

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.