De micro-analyse van de kwakzalverij

Ma14092026 – 07:36u

*Kwakzalvers!

De kwakzalvers heersen. 

->Verkopen brol dat je haar uitdroogt om je brol te kunnen laten kopen om het te herstellen. 

->Over alles denken we na he. Zaten op de plee en zagen een pot staan voor haarverzorging en herinnerden ons dat onze zoon zei dat hij droog haar had en daarom ABSOLUUT dat product in zijn haar MOEST doen!

=> die consumptiemaatschappij wordt gerund door kwakzalvers; en mensen zijn te goedgelovig (lees echt maar: dom) geworden om die kwakzalvers nog te doorzien. 

Ooit, kregen die een schop onder hun kont.. nu, vragen mensen die kwakzalvers zelf of ze niet mogen betalen voor hunnen eigen stront. 

En de kwakzalvers verkopen hun dat met veel plezier.

Het vacuüm tussen hyper en hypo

*Van een hyper-staat ben ‘k naar een hypo-staat gegaan. 

Nog steeds ben ‘k alert, waakzaam, oplettend..

Maar niet meer (extreem) gealarmeerd. 

Nog steeds in overlevingsmodus, maar niet meer alsof ‘k onder constante, directe dreiging sta. 

Alsof ‘k van een live-operationele situatie achter vijandelijke linies naar een vooruitgeschoven basiskamp voor (of tegenover) de vijandelijke linies ben teruggekeerd. 

‘k Ben het nog niet gewoon [door zo lang zo ver achter vijandelijke linies te moeten overleven, door zo diep in vijandelijk gebied..]

De bevreemding van de vooruitgeschoven post

Door zo diep achter vijandelijke linies te moeten opereren en zo lang in vijandelijk gebied geïnfiltreerd te moeten zijn, door zo ver, zo diep en zo lang in vijandelijk gebied te moeten overleven, voelt het vreemd, bevreemdend aan, om nu weer terug in een vooruitgeschoven post vóór die vijandelijke linies te zijn. 

Alsof ‘k droom en elk moment kan ontwaken, terug in de realiteit, vind ‘k het vreemd, moeilijk, om aan te nemen, te mogen geloven, dat ‘k niet langer áchter vijandelijke linies in vijandelijk gebied zit, maar vóór die vijandelijke linies in onze eigen vooruitgeschoven post ben. 

De architectuur van de veilige haven

Een oninneembare vesting. 

Een zelfvoorzienende, oninneembare vesting die we hier ooit zelf gebouwd hebben. 

‘k Herken ze ergens, maar het is al zo lang geleden dat ‘k hier nog ben geweest. 

Al van kort na het leggen van de eerste stenen, zovele era’s geleden. 

Zo lang geleden, dat ‘k niets meer lijk te herkennen. 

Maar ‘k herken mijn/onze handtekening erin. 

‘k Zie de blauwdruk, zoals we die ooit zelf uitgetekend hebben, weerspiegeld in elke steen. 

Elke cel, elke vezel, elke bouwsteen van deze vesting ademt die blauwdruk uit. 

Toch, al weet ‘k het, al zie ‘k het, al voel ‘k het, heb ‘k het nog steeds zeer moeilijk om te (mogen) geloven dat ‘k hier ben. 

De wreedheid als bewijsmateriaal

Als ‘k niet zou weten dat ‘k ontsnapt was..

Als ‘k niet zou weten dat ‘k ontsnapt ben uit het concentratiekamp waar ‘k, zo lang, zo ver, zo diep achter vijandelijke linies, in heb gezeten, zou ‘k het nog steeds niet geloven dat ‘k terug hier ben. 

Gek, dat net hun ultieme pogingen om me te breken me nu, hier, na m’n ontsnapping net de houvast geeft om te kunnen/mogen geloven dat ‘k daadwerkelijk ontsnapt ben; en hier, nu, in onze vesting ben. 

Vóór, en tegenover, die vijandelijke linies. 

De crisis in het commandocenter

‘k Had contact met het hoofdkwartier. 

“Welkom terug, generaal”, zeiden ze, “het volledige commandocenter staat ter uwer beschikking; en we zijn allemaal klaar voor uw debriefing, wanneer het u past.”

‘k Voel me geen generaal. 

‘k Voel me al lang geen generaal meer. 

Zo lang heb ‘k achter en in die vijandelijke linies vertoefd, overleefd, dat ‘k me net hier, nu, onwennig voel. 

Onwennig, om niet constant gealarmeerd te moeten zijn. 

Onwennig om nu, hier, door niet meer constant onder die extreme overlevingsmodus te staan uit hyper- in hypo-staat te zijn gevallen. Vervallen. 

‘k Voel me zo onwennig hier, hier in m’n eigen ‘Kamp’, dat ‘k nog steeds niet teruggekeerd ben naar het HQ en me opsluit in deze geïsoleerde vleugel van deze vesting in deze buitenpost. 

De isolatie in de zijvleugel

Ze redden het wel zonder mij, denk ‘k, zie ‘k en voel ‘k. 

Psy-ops, het volledige commandocenter, HQ… ze redden het wel zonder mij. 

Denk ‘k. 

Denk ‘k…

Ze wachten nu al zo lang, denk ‘k, en geduldig. 

Nu ‘k hier over nadenk, wachten ze al veel te lang, en geduldig, op m’n debriefing. 

‘k Denk dat ze mij, systeemalter ‘k, misschien niet meer nodig hebben -en misschien houdt me dat onbewust ook tegen om uit die ‘vleugel’ te komen- maar ze kunnen de informatie die ‘k verzameld heb en alleen ‘k bezit wel gebruiken. 

De plicht van de intelligence

Hoe moeilijk ‘k het ook heb.. ..’k, 1v8, moet hun die informatie bezorgen. 


ᗪ𝒾∂เรᗪ𝔫ค©️MMXXVI

Epiloog: De wet van de teruggekeerde verkenner

“Wanneer de oorlog te lang heeft geduurd, wordt de vrede de grootste vijand van de hardware. De soldaat die jarenlang achter vijandelijke linies heeft geïnfiltreerd om te overleven, kan de muren van de eigen, oninneembare vesting niet direct als veilig accepteren. Het brein interpreteert de stilte van de buitenpost als een valstrik en de rust als een droom waaruit men elk moment kan ontwaken onder directe dreiging. Deceptieve veiligheid dwingt het systeem om zich te isoleren in de verste vleugels van het eigen fundament, weggedraaid van het ongeduldige Hoofdkwartier. Want een defensief deel sterft liever in de vertrouwde waakzaamheid van zijn post, dan de controle te verliezen in een realiteit die hij niet meer herkent. Pas wanneer de rauwe data van de missie zijn overgedragen, kan de decompressie werkelijk beginnen. didisdna.”

Je kan misschien ook genieten van:

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *