Do16072026 – 08:45u

Dagen zijn weer onopgemerkt voorbijgeslopen; en overgegaan in weken

Als een vlieg die vastgeklit zit in een web, probeer ‘k me uit alle macht los te wringen uit de kleverige massa. 

Als een vlieg, in dat massale web, veroorzaakt de eigen overlevingsstrijd enkel meer verstrikking. 

“Ik” weet nu wie, wat, waar, wanneer…

-De mens, de massa, overal, altijd…-

Maar heb er geen antwoord op. 

Toch geen antwoord dat ‘k zomaar durf te “nemen”. 

Omdat ‘k nog steeds twijfel aan mezelf. 

En angst voor het onbekende, omdat het gekende daar de wacht houdt, weerhoudt ons ervan om ons volledig uit dat web los te knippen. 

Dissociatie, als een cocon van gesponnen frustratie, beschermt ons wel tegen de giftige beten van de “web-wevers”, maar houdt ook onszelf gevangen in onszelf. 

Daarom doe ‘k alsof “ik” onnozel ben. 

Omdat het me te veel energie kost om nog tegen mensen hun zelfingenomen betweterigheid in te gaan. 

De verstikking van de ether

Mensen hun meningen, gestoeld op niks, op niks anders dan opgeblazen lucht, die ze enkel en alleen maar massaal papegaaien, vult de ether. 

Het overheerst individuele gedachten, versmacht alle autonome denken en onttrekt alle zuurstof aan het humane brein. 

Die massaal met opgeblazen lucht gevulde ether verbiedt leren. 

Het doodt creativiteit, het vergiftigt authenticiteit en het verstikt autonomie. 

“Ik” stik. 

“Ik” stik van de meningen die niks anders zijn dan aarspraat die ongegeneerd wordt uitgeprot.

Aarspraat, die wordt uitgescheten als alwetende kennis en verheven wordt tot allesomvattende kunst. 

“Ik” ben te moe; het kost me te veel energie om nog tegen die zelfingenomen betweterigheid in te gaan. 

Daarom doe “ik” alsof “ik” onnozel ben; en de stank van al die aarspraat niet ruik. 

Wat maakt ons mens?, vraag “ik” me af. 

Wat maakt ons vandaag de dag nog mens?

Wat betekent dat nog vandaag, mens zijn?

Als we niet meer (mogen) nadenken, niet meer voor onszelf denken, niet meer leren…

Wat maakt ons dan nog mens?

‘k Had zin om te schrijven. 

Na lange tijd hadden we echt nog eens zin om te schrijven. 

Maar nu we neerzitten, voorovergebogen over ons dagboekschrift, overspoelt het gevoel van algemene zinloosheid ons denken weer. 

Want welk nut heeft het immers nog om ons denken te verwoorden als autonoom denken niet langer meer beschouwd wordt als een mogelijkheid?

In een wereld waarin aarspraat het enige is dat de ether nog vult, vult het ook de longen, en wordt zuurstofrijk autonoom denken daarmee zelfs uit de annalen van de mythe verbannen. 

Alsof het nooit bestaan heeft; nooit bestaan kan hebben. 

Daarom is er stilstand. 

De eenrichtingsstraat van het papegaaien-denken

Omdat de mens is komen stil te staan, is er stilstand.

Want hij denkt niet meer na, hij leert niet meer, hij is niet langer meer in staat om voor zichzelf te denken. 

Het is namelijk onmogelijk geworden voor mensen om nog iets anders te denken dan dat ‘massa-papegaaien’. 

Daarmee is het ook onmogelijk geworden voor mensen om te bevatten en te geloven dat autonoom denken nog bestaat (of ooit bestaan heeft). 

Waardoor die totaal niet begrijpen dat “ik” niet denk zoals zij denken. 

Zoals met alles denken die in één enkelvoudige richting. 

Elke gedachte behandelen die als een eenrichtingsstraat waar maar vanuit één kant en op één enkele manier benadering toe gezocht kan worden: met de wagen, langs de massa-papegaaien-kant gedachte, die ze als de autonome hunne beschouwen. 

Daarom bevatten die werkelijk niet dat “ik” in dezelfde straat kan zijn maar al wandelend van de andere kant kom (of kan komen). 

Omdat zij in hun papegaaien-denken stil staan, bevatten die werkelijk niet wat wij denken.. en zorgen die daardoor ook ergens bij ons voor stilstand. 

Want omdat zij dat niet kunnen bevatten, herleiden die ook ons denken tot het hunne. 

Waardoor alle communicatie stopt. 

Die luisteren enkel nog naar hun eigen monologen waarvan ze zich zelfs niet bewust zijn dat het een massa-papegaaien-denken is. 

De architectuur van de onzichtbare gevangenis

En stilstand, is een verschrikkelijk gevoel. 

Wat maakt iemand een ‘goede’ mens?

Welke criteria worden daarbij gebruikt en waarom?

Enkel in de beslommeringen van de stilstand wordt mijn “ik” als ‘goed’ ervaren. 

Enkel in het doen alsof, in het onnozel doen, wordt mijn “ik” getolereerd. 

Geen mens op aarde zou de gedachten mogen hebben die “ik” heb. 

Want geen ziel ter wereld zou (als enige?) de onzichtbare gevangenis van het brein mogen zien, voelen en ruiken, zoals mijn “ik” dat doet. 

Doorheen heel de meervoudigheid van mijn “ik” worden die muren van die beperkingen waargenomen. 

Vanuit die stilstand is mijn “ik” die celwanden gewaar. 

Ze komen dan dichter, die celwanden, en beperken de bewegingsvrijheid nog meer. 

Want wat dan ervaren wordt, ís het opgesloten “ik”. 

Wat waargenomen wordt, is de totale stilstand van de mens. 

De cocon en de prijs van geborgenheid

Cel per cel, mens per mens, ziet, voelt en ruikt mijn “ik” de onzichtbare gevangenis van de mens. 

Cel per cel, mens per mens, is mijn “ik” zich bewust van de verlangens van het sociale dier. 

“Ik” betrap mijzelf erop dat het comfort van die stilstand ook mij een gevoel van geborgenheid biedt. 

Binnen de muren van die onzichtbare gevangenis leeft namelijk een vals gevoel van veiligheid dat uiterst comfortabel aanvoelt. 

Dat gevoel vervult de behoeftes van een diepgeworteld verlangen: De verlangens van elk sociaal dier: de Groep. 

Wanneer “Ik” behoort tot een groep:

Stilstand. 

Hoe doorbreek je de stilstand als de enige mogelijkheid daartoe buiten de groep ligt?

“Ik” pas me aan, aan het sociale ‘boe-geroep’, om niet (opnieuw) uit de groep gesmeten te worden. 

Terwijl “ik” voel dat “ik” daarmee mezelf en mijn eigen vrijheid opoffer. 

Dat de stilstand tegelijk een opoffering vraagt die je met jezelf betaald. 

Hoe kan iemand dan echt ooit zichzelf zijn?

“Ik” sluit mij af van de wereld..

En ik open me voor de wereld. 

Ik sluit mij af van de wereld van mensen..

En open mezelf voor de wereld van de natuur en mijn eigen natuur. 

Het is gedaan. 

Ik heb genoeg geprobeerd. 

Meer dan genoeg geduld getoond en gehad. 

Ik ben mensen beu. 

Hun denken, hun gedrag..

Hun illusies, hun desolate denken, hun waanideeën. 

Ik heb er genoeg van. 

De wereld is ziek. 

De wereld van mensen is ziek. 

Mensen zijn ziek. 

Ziekelijk!

Jaloezie, nijd, afgunst..

Vraatzucht in alle vormen. 

“Ik” heb behoefte aan serene boosheid. 

Zodat ik terug mezelf kan zijn: mens. 

Zodat ik me niet langer verantwoordelijk en schuldig hoef te voelen voor anderen hun denken en anderen hun gedrag. 

Zodat ik me niet meer hoef te schamen over mijn eigen denken. 

Niet langer die nood voel om mij aan die ziekelijke wereld van mensen aan te passen. 

Ik heb er genoeg van.. van mensen!

Want krankzinnigheid heerst!

Wij leven in een wereld waarin de geestelijk zieken -de psychopaten, de narcisten, de papegaaiende zwakzinnigen, de sociopaten…- de normaliteit geworden zijn en daardoor het normaal gaan vertegenwoordigen zijn; en de geestelijk gezonde mens -integer, loyaal, oprecht, sociaal, empathisch, eerlijk, verantwoordelijk, rechtvaardig…- als abnormaal, ziek, afwijkend beschouwd wordt 

De wet van de onbestaande toekomst

Alsof we het eeuwige leven hebben, schuiven we alles voor ons uit. 

Waardoor we (geestelijk) tot stilstand komen. 

Niet dat we niet beseffen dat alle leven eindig is. 

Rationeel weten we immers zeer goed dat alle leven, ook het onze, eindig is. 

Toch leven we in -en met- de absurde illusie dat er morgen nog een dag is. 

Morgen, als een baken van (gevestigde) hoop, houdt de verlangens van de ziel gevangen in een onbestaande toekomst. 

Morgen, als een gevangenis van irrationele logica, werkt benevelend op vandaag. 

Dronken van de hoop in die onbestaande toekomst verschuift de ziel de verlangens van vandaag naar morgen. 

We staan stil in het vandaag omdat onze geest geleerd heeft te hopen op morgen. 

Maar..

Morgen bestaat niet!

En ‘k weet niet wat “ik” wil(t)!

Niks, doe ‘k voor ‘mezelf’. 

Dat blog, tekenen, …

Allemaal in functie van. 

Wat doe ‘k voor ‘mezelf’?

Echt voor ‘mezelf’ hé! Niks!

Geen goal, geen doel voor ‘mezelf’. 

Ook daarin ligt de stilstand. 

Maar wat wil ‘k dan voor ‘mezelf’?

Eigenlijk weet ‘k dat echt niet. 

De interne bezetting en de splitsing van de wil

Ja, ‘k wil vrij kunnen zijn; en ‘k voel mij nog steeds niet vrij. 

Mijn gedachten, mijn doen en laten is nog steeds niet van mij en nog steeds niet vrij. 

Trauma en conditionering beheerst nog steeds mijn denken en doen. 

Zoveel -te veel- zit nog steeds vast verankerd in het denken en doen in functie van anderen. 

Mijn “ik” zit nog steeds gevangen in de verlangens naar veiligheid.. in de waanzin van de groep. 

Hoe bevrijdt “ik” mezelf?


𝒾เร𝔫©️MMXXVI

Epiloog: De Wet van de Geïnternaliseerde Kooi

“Wanneer de draden van het externe web zijn doorgeknipt, ontdekt het bewustzijn dat de wevers hun getouw in de machinekamer van het eigen brein hebben achtergelaten. Het masker van de onnozelheid beschermt de hardware tegen de stank van de maatschappelijke normaliteit, maar de muren van de cocon komen onherroepelijk dichterbij. De ultieme paradox van het getraumatiseerde brein is dat het intellect de tralies van trauma en conditionering ziet, voelt en ruikt, terwijl het zenuwstelsel blijft smeken om de destructieve veiligheid van de groep. Extreme aanpassing in functie van de ander is een diep verankerd overlevingsprotocol dat de eigen wil gijzelt. Bevrijding begint niet met het vechten tegen de kolonie, maar met het durven dragen van de absolute, richtingloze leegte die achterblijft wanneer de ander stopt te bestaan als kompas. didisdna.”

Je kan misschien ook genieten van:

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *