Inleiding bij: “Centraal gedicht“
Woorden zijn zelden lineair.
Wie ons digitaal PAD mee bewandelt, weet dat ook taal de eigenschap heeft om op verschillende frequenties tegelijkertijd te trillen.
Dit gedicht duldt dan eigenlijk ook geen haast, maar vraagt net absolute vertraging; en dwingt daarmee feitelijk tot bezinking en een diep menselijke bezinning.
Aan het oppervlak is ons gedicht een teder eerbetoon aan integere, menselijke ontmoetingen tout court en een oprechte handreiking aan die specifieke individuen (ook binnen de hulpverlening) die nog werkelijk met een open geest durven luisteren.
Hier is het de taal van de teerheid en de vloeibare hoop.
Maar ware menselijkheid botst hier onvermijdelijk op de kille, dwingende muren van die Collectieve-Zeepbellen (het ICMe-denken) en de rigide institutionele constructies die daar, in de maatschappij(en) van deze ideologie(ën), uit voortvloeien.
Wie de harde, structurele ruggengraat van deze regels durft te lezen dan, ontdekt een cryptografische deconstructie van dat dwingende protocol.
Het is een bittere, cynische parodie op de holle marketing en de betuttelende taal van die instanties; die rust prediken, vooruitgang beloven, maar ondertussen tot stilstand en herhaling blijven dwingen.
En precies op die breuklijn, in het geometrische en operationele centrum van de tekst, vindt de werkelijke ommekeer plaats.
Daar ligt autonome herstructurering gecodeerd.
Het is de interne validatie van het ‘zelf’ –hoe dat er ook uit mag zien.
Authenticiteit; Waarde; Autonomie.
Wat voorheen door conditionering van het “normaal-willen-zijn” (het Pinocchio-Complex) en door maatschappelijk gedwongen conformisme in eerste instantie nog vreemd klinkt, vertakt zich gestaag en onstuitbaar in de diepte van het ‘zelf’:
“Wij zijn ᗪ𝒾∂เรᗪ𝔫ค”
Veerkrachtig, Vreedzaam.. maar Weerbaar!
Dit gedicht is een psychologisch wapen: Een ode aan Authenticiteit, een rebellie voor Autonomie… en een Trojaans paard binnen de ivoren omwalling van de maatschappij.
Het aait de integere mens, ontmaskert de instituten d.m.v. hun eigen betuttelende taal, en herpakt in de stilte van het centrum de totale, soevereine regie over het eigen bestaansrecht.
Centraal gedicht
Centraal in dit gedicht
En verder er doorheen
Niet op het eerste zicht
Toch niet direct meteen
Reikt woord na woord geuit
Uiteindelijk toch zijn doel
Mits vele stemmen luid
Als tot een nieuw gevoel
Laat alles nu bezinken
Geef alles even tijd
Eerst zal het vreemd nog klinken
Maar gestaag vertakt het wijd
En zal het net als water drinken
Eens van dorst men is bevrijd
Nagenoeg dan weer doen blinken
Wat men dacht: “ik ben het kwijt”
Echt eventjes geduld nog maar
Lang duurt het echt niet meer
Ziezo een vriendelijk klein gebaar
In eerste plaats nog teer
Jawel, het is nu zonne-klaar
Nu toch een ommekeer
ᗪ𝒾∂เรᗪ𝔫ค©️MMXXVI