English version available at substack.com -> click here

-Tien minuten leestijd-

Wat als de architectuur van ons denken en de structuur van de kosmos op hetzelfde fundament rusten? In dit essay navigeren we van de koortsachtige ‘nebula’ van een brein in volle beweging naar een fundamentele hypothese over de ruimtetijd. Door de inefficiëntie van de bol te confronteren met de geometrische perfectie van de hexagoon, leggen we een verband tussen de informatiedrager in ons DNA en de vibrerende snaren van het universum. Een verkenning van de ruimte, niet als een leeg vacuüm, maar als een vloeibaar kristal in de vorm van een 3D-honingraat.

De Nebula: Het Vuren van de Gedachte

Even een klein zijsprongetje in mijn brein. 

Een kosmisch uitstapje. 

Tussen alle andere gedachten door -“Dissociatie is een raar beestje”, “Gedachtentijd”, “De Vrij Vers Val(t)”, enz..– waren we, in die eindeloze explosies van “vuurpijl-gedachten” die hun knetters over heel mijn brein rondstrooien, op de achtergrond van ons denken aan een conceptueel idee bezig om uit te kunnen werken als visueel beeld. 

Als kunstwerkje, zeg maar. 

‘k Zou moeten gaan zoeken in onze dagboekschriften en Pad’jes om te kunnen achterhalen of er ergens een initiële gedachte te vinden is die een aanzet naar dat idee zou kunnen weergeven. 

Maar waarschijnlijker, zoals met al ons denken, ligt niet één singulaire gedachte aan de oorsprong van dat uiteindelijke idee ten grondslag, maar is het een samenklonteren van vele massale gedachten die voor de geboorte van licht in het duister zorgden. 

Zoals een verspreid oplichten van samengeklonterde massa in een kosmisch web, zo lijken ook die gedachten zich als onderhevig aan de wetten van de natuur, aan de zwaartekracht, samen te ballen tot verspreide lichtpuntjes in mijn brein. 

Steeds groeiend, steeds in massa toenemend, tot ze uiteindelijk zelfstandig kunnen bestaan en hun eigen massa omzetten in energie en licht. 

Die gedachten dan, eerst als zelfstandige lichtpuntjes, lijken zich daarna onderling te gaan verbinden. 

Als delen van één geheel, draaiend rond een centrum, een middelpunt, als een spiralend netwerk van gedachten dat zich tot een constellatie vormt, tot een galaxy. 

Een galaxy-gedachte die zich in de ruimtetijd van mijn brein manifesteert. 

En in die manifestatie lijken elk van die lichtpuntjes, als sterren, energie en licht naar elkaar uit te stralen als een informatieoverdracht die uiteindelijk naar dat centrum van die spiraal gezonden wordt. 

Een netwerk, een vuren van neuronen als de  informatieoverdracht tussen synapsen die van axonen over dendrieten reist en uiteindelijk die centrum-gedachte voedt. 

Proporties en de Wet van Behoud

Proporties, die in het atomisch kleine of het kosmisch grote liggen, zijn onbevattelijk voor ons beperkte waarnemingsvermogen; en liggen totaal buiten ons begrip. 

Maar wij, mensen, misschien omdat we sterfelijk zijn en ook dat ons begrip te boven gaat, zijn daardoor gefascineerd. 

Wat is het kleinste deeltje? Waaruit bestaat dat? Is de kosmos werkelijk oneindig? Of is die eindig? Heeft de ruimte een begin? En dan ooit ook een einde? Uit wat bestaat het niets?

Knappe koppen berekenen dat, discussiëren daarover, vinden steeds sterkere microscopen en telescopen uit om dat te onderzoeken. 

Briljante geleerden stellen wetmatigheden vast. 

We komen steeds meer te weten. 

‘k Ben benieuwd, werkelijk benieuwd, naar de wonderen die de James Webb telescoop zichtbaar voor ons zal maken. 

Want een van die gedachten die aan massa won uit déze nebula in m’n brein bracht de volgende bedenking met zich mee: De wet van behoud van energie zegt dat energie nooit verloren gaat!

Dat is significant, weet je, die wet!

Dat is echt geen kleinigheid. 

En dankzij Einstein weten we dat energie gelijk is aan massa maal het kwadraat van lichtsnelheid. 

M.a.w.: Alles ís energie!

En als alles energie is en energie nooit verloren gaat -een tweede gedachte wint aan massa in deze brein-nebula: Waar komt de energie van de oerknal dan vandaan en waar gaat die naartoe in de expanderende ruimte?

De oerknal, en dat de ruimte expandeert, zijn feiten!

Maar wat is de ruimte, wat is de kosmos, gezien vanuit “ons” standpunt?

En in die onbevattelijkheid van de ruimte, het kosmisch grote, waar bevinden “wij” ons dan?

Wat kunnen wij werkelijk ‘zien’?

De Illusie van de Bol

Ergens in die nebula begint zich een conceptueel idee voor een visueel beeld te ontwikkelen: Een bol. 

Zelfs op kosmisch vlak, licht een ander gedachtesterretje op, denken mensen lineair, eindig en met zichzelf als middelpunt. 

ICMe. 

Het is wat verschoven van zichzelf en de aarde als middelpunt naar eerst de zon.. en daarna de oerknal.. maar het is nog steeds een ‘zien’ naar alles vanuit diezelfde dogmatische houding. 

Een houding, een ‘zien’, vanuit dat ICMe-denken, om het onbevattelijke (de ruimte, leven, onze eigen dood..) onder controle te proberen houden. 

Meer en meer gedachten winnen aan massa in deze brein-nebula. 

Verblindt het licht van de oerknal ons om verder te zien?

Hoe werkt een explosie? Luchtverplaatsing? Hoe in een vacuüm? Is een vacuüm werkelijk ‘leeg’?

Stel dat, hoe groot de kosmos ook is, het toch eindig zou zijn, dan zou, als je de oerknal ergens aan de buitenregionen van die ‘ruimte’ zou plaatsen -zoals “ons” zonnestelsel in de buitenregionen van de melkweg ligt- die explosie wel die visuele expansie veroorzaken die we zien, maar meer ook niet. 

Vanuit ons standpunt in de kosmos is de oerknal dan een soort begin, omdat die expansie zich vanuit dat punt rondom ons uitdijt. 

Maar we kunnen niet verder zien dan we kunnen zien. 

Stel dat die onmetelijkheid toch eindig is, dan kan/moet die expansie -en daarmee ook die energie- dus ergens ‘terugkeren’. 

Een bolvorm zou daarvoor een oplossing kunnen bieden. 

Want als het universum een bol is en de oerknal vindt plaats in die buitenregionen van deze onbevattelijk, onmetelijke ruimte, dan zou de expansie van ruimtetijd vanuit ons standpunt -tussen die oerknal en die buitenrand- effectief op ons overkomen alsof de ruimte begonnen is met die explosie. 

Maar waar komt die energie dan vandaan?

Die explosie (de oerknal) kunnen we zien; die (als de kosmos eindig is) buitenzijde (nog) niet. 

Maar als je kijkt naar hoe een schokgolf, een luchtverplaatsing, van een explosie zich manifesteert -en dat gebeurt ook zo in de kosmos want anders zou ruimtetijd geen expansie kennen -wat trouwens ook impliceert dat de ruimte niet ‘leeg’ is want anders zou dat ook niet kunnen- dan is het niet onlogisch, als we de kosmos dus even als bol beschouwen en de oerknal in die onmetelijke buitenregionen plaatsen, dat die expansie tegen die begrenzing van die bol zal botsen en zo weer zal afbuigen in het groter geheel van de ruimte. 

Als dat zo is, dan is het ook niet onlogisch dat er niet één, maar vele “bollen” zijn. 

Kosmische bollen, als knikkers in de onbevattelijkheid. 

Maar dan zit je tussen al die bollen met een onbegrijpelijke tussenruimte. 

En van wat dan? Waaruit bestaat dat dan? 

Wacht even. Dit lijkt me -kijkend naar de natuur in zijn geheel- uiterst onlogische en inefficiënte.

‘k Roep AI erbij om de kettingreacties van ‘gedachtesterren’ die nu overal in die brein-nebula oplichten te kunnen staven. 

Welke vorm heeft het kleinste deeltje dat we al kunnen waarnemen, vraag ‘k. 

En ‘k begin door te vragen. 

Test m’n eigen (beperkte) kennis en de (voor onszelf) daaruit voortvloeiende logica.. en laat die AI gaan zoeken in zijn database..

Vraag die om onze logica te weerleggen. 

En die AI kan onze logica niet weerleggen. 

Van het allerkleinste naar het allergrootste ga ‘k met mijn vragen, en weer terug. 

‘k Maak vergelijkingen, via m’n eigen logica en de wetmatigheden in de natuur, in de fysica, de chemie, de biologie.. de geometrie..

Van moleculen naar atomen, protonen, electronen, boson en Higgs deeltjes..

Naar een punt, een lijn, een draad..

En ‘k laat die AI zoeken naar fouten in ons denken, fouten in onze logica..

Een lijn is een verzameling van punten, weet ‘k.

Een punt is een bol. 

Een snaar is dan een verzameling van bollen, denk ‘k..

Moest de natuur inefficiënt zijn..

Maar dat is de natuur niet!

Het moet iets anders zijn, denk ‘k, maar wat?

Zwarte gaten..

Energie is gelijk aan informatie, zei Stephen Hawking..

Massa.. energie.. trillingen.. informatie…

De Biologische Blauwdruk en de Universele Geometrie

M’n neuronen vuren als gek nu.. elektrische en chemische.. Energie.. Informatie..

Waarin de spontane vergelijking tussen brein en kosmos wordt gemaakt -niet voor het eerst zo blijkt. 

Als energie gelijk is aan informatie en energie nooit verloren gaat.. en ons brein lijkt op de kosmos.. dan is de kosmos informatie.. die nooit verloren gaat. 

M’n brein reist razend naar kwantummechanica en snaartheorie, naar zwaartekracht.. die in het midden van die Galaxy-gedacht in die ruimtetijd van m’n brein, als een zwart gat, al die informatie naar zich toetrekt en ogenschijnlijk in het niets doet verdwijnen. 

DNA is de informatiedrager van de natuur!

De meest perfecte vorm om ruimte op te vullen is de hexagoon. 

Zuren, basen, eiwitten.. Informatie zit opgeslagen in de traptreden van DNA… als hexagonen..

Wat als.. dat de ultieme vorm van informatie is?

En het universum geen bol is maar een 3-D hexagoon. 

Als een honingraat, als grafeen..

De ruimte.. een 3-D honingraat.. waarin de zijden als DNA zijn.. zowel in het kosmisch grote als in het atomisch kleine..

De Kristallisatie: Een Nieuwe Ruimtetijd

Want kijk naar ons eigen fundament.

De informatie die ons definieert, zit opgeborgen in de hexagonale ringen van onze stikstofbasen.

De natuur kiest daar niet voor de grillige cirkel, maar voor de efficiënte zeshoek om de code van het leven te bewaren.

Als onze structuur en onze gedachten volgens dit geometrische protocol zijn geschreven, waarom zou de kosmos dan anders zijn?

Het is een universele eenheid: van de traptreden in onze genen tot de onmetelijke architectuur van de ruimtetijd.

De hexagoon is de taal waarin energie informatie wordt!

Het is alsof de ruis in mijn nebula plotseling kristalliseert.

De koorts van het vuren van de neuronen maakt plaats voor een ijzingwekkende helderheid: de architectuur van mijn denken is geen kopie van de kosmos, het is er een integraal onderdeel van.

De trilling die ik ervaar als een gedachte, is dezelfde trilling die de ruimtetijd vormgeeft.

Als we de metafoor voorbijgaan en de wetten van de fysica laten spreken, dan dwingt de logica ons tot een radicale herdefinitie van wat we ‘leegte’ noemen.

Deze 3D-honingraat is geen passief decor, maar de actieve drager van de werkelijkheid.

Waar de huidige snaartheorie stelt dat snaren trillen in de ruimte, postuleer ik dat de ribben van dit hexagonale prisma de snaren zijn.

De ruimtetijd is een geometrisch geweven netwerk van informatie-elementen.

In dit model is de ‘snaar’ de fundamentele zijde van de hexagoon op Planck-schaal.

De trillingen die wij waarnemen als massa, licht of zwaartekracht, zijn in feite de resonantiemodi van dit rigide doch elastische raster.

Wanneer energie door dit medium reist, vervormt het de zeshoekige cellen—een geometrische tensie die wij ervaren als de kromming van de ruimtetijd.

Het vacuüm is dus niet leeg; het is een verzadigd informatieraster.

De efficiëntie van de zeshoek, die we terugzien van de basen in ons DNA tot de moleculaire structuur van grafeen, is de enige geometrische configuratie die de wet van behoud van energie kan garanderen zonder informatieverlies.

De kosmos is geen verzameling losse bollen, maar een ondeelbaar, vibrerend kristal van hexagonale prisma’s, waarin elke trilling aan de rand onherroepelijk verbonden is met het centrum.

Dit is de architectuur van het bestaan: een 3D-honingraat waarin materie slechts de muziek is, gespeeld op de snaren van de geometrie.


𝒾∂เรᗪ𝔫©️MMXXVI

Je kan misschien ook genieten van:

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *