-8 minuten leestijd-

Do05022026 – 07:47u

Dissociatie, is een raar beestje.

Je bent ergens; en tegelijkertijd ben je er niet.

‘k Geloof niet in dualisme.

Toch niet in de zin dat lichaam en geest twee van elkaar gescheiden substanties zouden zijn; waarbij de ene vergankelijk en de andere eeuwig is.

Maar ‘k kan niet anders dan vaststellen (omdat ‘k het dagdagelijks ervaar) dat m’n brein (om te kunnen overleven) een manier gevonden heeft om de ervaringen van die twee (lichaam en geest) van elkaar te scheiden.

Dat, zo denk ‘k, werkt zo:

Via je lichaam (je zintuigen) ervaart je “ik” de wereld; en je brein interpreteert die ervaringen (die biochemische en elektrische prikkels).

Die lichamelijk zintuiglijke ervaringen (of waarnemingen) zijn zowel extern als intern.

Je hoort, ziet, ruikt, voelt, smaakt de wereld om je heen; en dat heeft een ‘effect’ op je.

Waardoor je veranderingen in je lichaam waarneemt: Je hartslag verhoogt, je speekselproductie neemt toe, je bibbert of zweet.. enzovoort..

Je brein (m’n geest), als een soort.. moderator, stuurt die ‘effecten’ op je lichaam -als gevolg van die waarnemingen- bewust en onbewust, mee aan door die te interpreteren.

M.a.w.: in samenwerking met je lichaam gaat je brein die effecten van die waarnemingen van dat lichaam bewust en onbewust mee aansturen -eventueel verhogen of verlagen- door die verder te interpreteren.

De kloof tussen data en beleving

Een onbewust mee aansturen van een waarneming van dat lichaam door dat brein, door die waarneming verder te interpreteren, is bv. de verhoging van het metabolisme bij kou, om de kerntemperatuur van het lichaam te behouden.

Zulke processen -waarbij lichaam en geest samenwerken om de effecten van de waarnemingen te interpreteren om het lichaam zoveel mogelijk in homeostase te houden- zijn onbewust.

Bewuste interpretaties op waarnemingen van het lichaam zijn bv emoties.

Je hoort iets (een zintuiglijke waarneming van je lichaam), een Knal!;

En je lichaam duikt ineen; Schrikt!

Je spieren zijn gespannen, je hartslag verhoogt, je mond is droog…

Je VOELT.. angst!

Dat, die emotie, die angst, is de interpretatie van je brein op je lichamelijke waarneming die zich in het bewustzijn manifesteert.

Ondertussen gebeuren er nog heel wat onbewuste processen, als reactie op die interpretatie, op die emotie, om je lichaam voor te bereiden om te vechten, vluchten of verstijven..

Maar deze keer blijkt het, na verdere analyse (interpretatie van het brein van de waarneming van het lichaam), geen geweerschot (bedreiging) te zijn, maar een onschuldige knalpot van een voorbijrijdende auto.

Je emotie zakt en verdwijnt geleidelijk terug uit het lichaam.

Je lichaam komt terug tot rust –homeostase; en de emotie, als interpretatie van je brein op voorbije waarneming, verdwijnt uit je bewustzijn.

Nu: Die emotie, die interpretatie van je brein (of geest) op die lichamelijke waarneming, is een gewaarwording in het bewustzijn die zich rechtstreeks aan dat lichaam koppelt.

M.a.w.: Het effect van die zintuiglijke waarneming van je lichaam (het schrikken op het horen van de knal), werd door je brein geïnterpreteerd en als een emotie in je bewustzijn vertolkt, die in direct verband met die lichamelijke waarneming staat.

Dat effect van die zintuiglijke waarneming van je lichaam werd dus, door je brein, geïnterpreteerd (mogelijk gevaar?) en als een emotie (angst) -die in direct verband met die lichamelijke waarneming (het horen van die knal) staat- aan je bewustzijn gekoppeld.

Die koppeling dan -een lichamelijke ervaring die in het bewustzijn geïnterpreteerd wordt door middel van een emotie als direct gevolg van die lichamelijke ervaring- leidt tot zelfbewustzijn.

Tot een “ik”-gevoel, zeg maar.

Een gevoel van: “Dit gebeurt met “mijn” lichaam en deze bewustwording door middel van deze emotie doet me beseffen dat dit “mijn” ervaring is van een gewaarwording via “mijn” lichaam.”

Je interpreteert dat dus (normaal) als: “ik ben/was bang.”

En dié koppeling, heb “ik” niet.

Toch niet zo, zoals die theorie dat omschrijft.

Want ondanks een hoog -of groot, of uitgebreid- zintuiglijk bewustzijn, ontkoppelt m’n brein, m’n geest, ál die lichamelijke ervaringen en waarnemingen van elk direct verband met die interpretaties (emoties?) zelf…

Er wordt dus geen emotionele “link” gemaakt tussen die twee (lichaam en geest) in m’n directe bewustzijn.

Enkel een ‘uitgebreidere’ lichamelijke ‘link’, zeg maar.

“Ik” voelt wel de effecten van de zintuiglijke waarnemingen.. –verhoogde hartslag en zuurstofopname, haren in de nek die omhoog gaan staan, verwijden van pupillen, spitsen van de oren, aanspannen van de spieren enz..

Direct in m’n bewustzijn zelfs..

Maar m’n brein behandelt die “gewoon” als extra data.. van dat moment.. en als aparte, lichamelijke data..

M.a.w.: M’n brein interpreteert die zintuiglijke waarneming niet bewust als een emotie, maar ‘gewoon’ als extra zintuiglijke (lichamelijke dus) gewaarwordingen (of een keten van gewaarwordingen), waardoor die interpretatie niet als een emotie aan de gewaarwordingen zelf gekoppeld wordt en evengoed “slechts” als lichamelijke, zintuiglijke gewaarwording wordt ervaren.

Vr06022026 – 12:10u

Wat leidt tot een gevoel (of eerder géén gevoel) van “niet-ik”.

Als die emotie bv al opgemerkt wordt..

(het is dus niet dat ze er niet zijn -> als voorbeeld kunnen we een moment in Sint Hieronymus aanhalen waar een psychologe ons vroeg om te vertellen wat we zintuiglijk op dat moment opmerkten (een bodyscan dus) en wat we daarbij ervaarden:

Volgens haar was de beschrijving van wat we fysiologisch opmerkten bij onszelf, de beschrijving van een pure paniekaanval -een emotie dus, terwijl we zelf kalmte en extra focus registreerden.

Of beter: interpreteerden.)

… wordt die dus niet in m’n bewustzijn als dusdanig (als “mijn” emotie dus) geregistreerd; en al helemaal niet aan die zintuiglijk, lichamelijke gewaarwording (van dat moment) gekoppeld.

Alsof de optelsom van die (keten van) gewaarwordingen -die normaal als emotie geïnterpreteerd zou moeten worden en aan die lichamelijke momentopname gekoppeld zou moeten worden als “ik ervaar dit nu”- niet mee in het bewustzijn opgeslagen wordt (maar diep in het onbewuste begraven wordt).

Doordat m’n brein ergens die twee dus van elkaar loskoppelt, ontstaat er dus geen “ik-gevoel”.

Het is dus niet dat ‘k geen emotie voel of heb, maar die hebben voor ons zelden of nooit iets te maken met de zintuiglijke gewaarwordingen van het moment zelf en worden niet als een ‘moment-emotie’ geregistreerd.

Waardoor die koppeling tussen die twee (lichaam en geest) in die momentopname dus niet gebeurt.

Klassieke psychologie versus geleefde psychologie

Zelf, hebben we het omschreven als een soort discrepantie tussen zelfbewustzijn en zelfbesef.

Omdat de theorie vanuit de psychiatrie/psychologie -dat dissociatie gepaard gaat met een verlaagt, verandert en/of verlies van zelfbewustzijn (derealisatie en depersonalisatie)- voor ons niet voldoende kon verklaren wat we zelf (bij onszelf) opmerkten -namelijk dat er overal, altijd en in al die delen een uitermate hoog zintuiglijk bewustzijn (van de omgeving, dat lichaam en dat lichaam in de omgeving) aanwezig is (wat dus volgens de psychologie niet kan)- is die opdeling tussen zelfbewustzijn en zelfbesef voor ons een betere verklaring.

Door dat zelfbewustzijn en dat zelfbesef los van elkaar te zijn gaan aanschouwen (en analyseren) -als twee kanten van dezelfde munt, zeg maar- werd wat we zelf ervaarden duidelijker voor ons ten overstaan van wat de psychologie beweerde:

Namelijk dat het ‘gevoel’ dat wij hebben -dat (het lijkt alsof) ons brein alle inkomende data elke seconde opnieuw herlaadt en allemaal in ons bewuste werkgeheugen deponeert- resoneert met het -vergeleken met anderen- absurd sterke lichamelijke zelfbewustzijn dat we hebben, dat volgens de psychologie dus niet mogelijk is in hun theorie over dissociatie.

En dat het geen “ik-gevoel” daarbij hebben -geen “ik-besef” dus (als de andere kant van de munt)- wel degelijk kan verklaren waarom er zo’n enorme en constante loskoppeling van het zelf ervaren wordt (dissociatie) zonder een verlies van ruimtelijk lichamelijk zelfbewustzijn.

Overleven in een systeem van constant alarm

Mogelijk komt dat ook door de combinatie van cPTTS, hoogsensitiviteit, hoogbegaafdheid, introversie en… een systeem dat constant in alarm staat.. in overleven.. in GEVAAR!

En die (weer volgens theorieën) “vreemde” structurele dissociatieve aard ..van onze identiteit.. die zoó.. vreemd anders lijkt te zijn dan wat ze “kennen”..

I don’t know..

Maar feit is dat -waar we ook zijn, wie we ook tegenkomen, wat we ook doen..- er een zintuiglijk bewustzijn aanwezig is (in tijd en ruimte) dat we bij nog niemand anders die we al zijn tegengekomen in diezelfde mate hebben vastgesteld (zelfs niet half -wat niet opgaat met hun theorie over dissociatie dus), maar dat dan toch volledig los blijkt te staan van elk gevoel van een ‘zelf’.

Van een “ik-gevoel”, een “ik-besef”.. een “ik”.

Alsof die twee (bewustzijn en besef) dus totaal verschillende en compleet van elkaar gescheiden entiteiten zijn..

Maar mogelijk dus als de kant van dezelfde munt die echter bij ons nooit zichtbaar is.

Ook niet voor onszelf.

Daarom dat we die twee dan los van elkaar moeten gaan bekijken zijn:

Zelfbewustzijn.. vs ..zelfbesef.

Waarbij ‘zelfbesef’ dan wel in die theorie valt.

Daar zelfs nog dieper in wegzakt dan wat die theorie van hun inhoudt.

Maar dat dat zintuiglijk zelfbewustzijn -bijna alsof het dualistisch is en volledig gescheiden is van dat zelfbesef- een “eigen” leven leidt.

“Ik” zeg het..

Dissociatie…

Is een raar beestje!


ᗪ𝒾∂เรᗪ𝔫ค©️MMXXVI

Je kan misschien ook genieten van:

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *