-zes minuten leestijd

-Wo18022026 – 09:38u-

Aaahhh..

Die ICMe-theorie!

Dat Individueel-Collectief-Membraan.

Dat ‘I see me’…

‘K voel wéér een hapering. 

In m’n gedachten. 

In m’n.. beweegredenen. 

In m’n.. zijns.. redenen. 

‘K mis iets. 

Er ontbreekt iets. 

En ‘k kan er de vinger niet opleggen. 

Of het is net omgekeerd. 

Er is iets aanwezig, dat niet aanwezig zou moeten zijn. 

Iets diep in m’n onbewuste, dat me ervan weerhoudt om in m’n gedachten vooruit te kunnen gaan. 

Het is zo –dat hebben we al eens ergens geschreven– dat we denken dat eigenlijk alles al eens gezegd en geschreven is en beter dan dat wij dat ooit zouden kunnen. 

Maar dat gaat over onze nietigheid. 

Niet over een letterlijke aanname van die gedachten, maar een figuurlijke. 

“Wat zouden wij in hemelsnaam aan toegevoegde waarde hebben?

Wat zouden uitgerekend wij kunnen zeggen of schrijven dat iets zou kunnen bijdragen.. aan al wat er ooit al gezegd of geschreven is.. sinds mensenheugenis?”

Als een angst –een angst die we met onze poëzie ook opmerken– om iets te zeggen of te schrijven en daar nog een grotere waardeloosheid mee te oogsten. 

En dat is misschien de toedracht van die gevoelde hapering. 

Dat ‘k merk dat ‘k langs de ene kant die gevoelde waardeloosheid zou willen opheffen en daar langs de andere kant niet voorbij weet te komen. 

Omdat het elke keer weer resulteert in diezelfde dynamieken van onbegrip, onbevattelijkheid, spot.. en waardeloosheid. 

Ook in dat mezelf he. 

En dan merk ‘k dat ‘k mezelf eigenlijk geen waarde weet te geven, maar afhankelijk ben van de waardeoordelen van buiten dat mezelf. 

Waardeoordelen, die enkel maar waardeloosheid van dat mezelf prediken. 

Het leidt ons naar die oeroude verdedigingsmechanismen om te conformeren, om ons aan te passen, om ons zo klein mogelijk te maken. 

En tot een schrijven (en zelfs een denken) dat onszelf censureert, in de ijdele, infantiele hoop eens begrepen te worden. 

Een schrijven, niet vanuit onszelf maar vanuit een verlangen naar goedkeuring. 

Innerlijk, denk ‘k, wordt net dat opgemerkt.. en is dat misschien wel de essentie van die hapering. 

Dat er wéér wordt opgemerkt hoe.. ont-zettend!! ..dat gevoel is; en hoe vreselijk diep dat wel niet in ons ingesleten zit. 

Ingesneden, wou ‘k schrijven.

Er ingehakt.

In gemept.

In geslagen!

En een groot probleem dat zich dan stelt is het wéten en het voélen dat er weinig of niks in dat “mij” zit, dat daar niet vanbuiten af is ‘ingestoken’. 

Dat ‘k wéét, en voél, dat al wat ‘k denk en al wat ‘k voel onderhevig is aan die ‘condities’ die diep vanbinnen in dat ‘mij’ liggen opgeslagen. 

Condities die me, bewust en onbewust, hardhandig zijn bijgebracht. 

Cogito ergo sum. 

Maar denk ‘k wel echt?

Denk ‘k wel echt vanuit een mezelf?

Of denk ‘k te denken vanuit een mezelf, maar denk ‘k eigenlijk slechts vanuit een reactie die gegenereerd wordt vanuit die opgeslagen condities?

En als ‘k dan enkel een reactief wezen ben, en niet vanuit een echt mezelf denk, ben ‘k dan wel echt?

Maar diep he. In de kern he. 

Oppervlakkig kan ‘k dan denken voor dat mezelf te denken en beslissingen te nemen op grond van dat denken..

“Ik” kan kiezen voor koffie of thee ’s morgens, niet?

Maar kies ‘k daar dan eigenlijk wel echt voor?

Of is het aangeleerd?

Is het werkelijk een van diep vanbinnen, in de kern, uit de grond van een wezen, bewuste en zelf-gegenereerde gedachte?

‘K weet dat niet. 

‘K Heb het gevoel, ‘k denk, en ‘k ben maar aan de oppervlakte van dat onszelf aan het krabben he, dat er nog weinig of niets vanuit een echt “ik” gebeurt. 

Niet “ik”, en niet andere mensen. 

Dat een echt “ik” zelfs niet bestaat. 

Toch niet in de zin van een compleet apart, onafhankelijk en onbeïnvloed wezen. 

Dat kan niet; niets in het gekende staat buiten invloed, natuurlijk

En daarom, denk ‘k, bestaat er geen echt “ik”. 

Omdat elk “ik” beïnvloed is. 

Veel verder en veel dieper dan de meesten voor mogelijk houden; of willen aanvaarden. 

Wij zijn producten van de condities van tijd en ruimte, omgeving.. en van alle dieren ook van verleden en de onbestaande toekomst. 

In het nature-nurture debat..

Nee echt, ‘k denk niet -‘k geloof niet meer- uit eigen ondervindingen, dat het ook nog maar in de buurt komt van een 50/50 verhouding tegenwoordig, als het over ons denken (als mensen) gaat. 

‘K denk niet dat onze ‘natuur’ nog veel van ons denken bepaald. 

Daarvoor staan we al veel te ver af van de natuur; én van onze eigen natuur. 

‘K zal niet beweren dat het helemaal tabula rasa is ook niet, maar veel meer dan nog een kaft -en heel misschien nog een titelblad, blijft er volgens mij niet meer over van ons (als mens) eigen boek, als het over ons eigen denken vanuit onze natuur gaat. 

Ons eigen natuurlijk “ik” dus. 

En daardoor, denk ‘k, voel ‘k me vastlopen. 

Als een machine die stokt. 

Omdat ‘k overal, altijd, in al wat ‘k denk en voel en doe, die condities tegenkom. 

Die me beïnvloeden.

Sturen!

Dat “niet-ik”, dat omwille van die aangeleerde condities, in alles, overal, bevestiging zoekt voor “waarde”. 

Gnothi seauton. 

Temet nosce. 

Ken jezelf. 

Maar hoe kan je jezelf echt kennen dan?

Als er eigenlijk niet meer te onderscheiden valt welk nog eigen ‘natuur’ is, naast die overweldigende hoeveelheid ‘nurture’ -dat aangeleerd gedrag, voelen en denken. 

Wie (of wat) ben je dan echt?

Kan je jezelf dan nog wel echt kennen, als je natuur niet meer te onderscheiden valt van je nurture?

Als dat laatste, zoals vandaag, zó overweldigend alomtegenwoordig is.. van bij de geboorte. 

Als je natuur, volledig bedolven is, onder cultuur. 

Kan je jezelf daar dan nog wel van onderscheiden?

‘K snap wel dat (veel) mensen dit in twijfel zullen trekken en het niet zullen willen aanvaarden. 

Het bedreigt hun ego. 

Die gedachte, bedreigt hun ego. 

En net aan het oppervlak van hun eigen wezen lijkt het ook niet zo, dat ze niet zichzelf zijn. 

Maar dat is het nu net!

Die schijn op het oppervlak, die illusies die wij, mensen, zo graag koesteren -dat we autonome wezen zijn- doét ons ook geloven dat we net authentieke en autonome individuen zijn, die vanuit en voor zichzelf denken. 

Maar het is schijn!

Een illusie!

Een illusie die we onszelf wijsmaken. 

Niemand, maar werkelijk niemand, lijkt zich bewust van zijn onbewuste. 

Een onbewuste dat al hun gedachten ‘dicteert’. 

Een onbewuste dat, onder die façade van hun bewustzijn dat hun dat gevoel van authentieke autonomie geeft, stevig aan de touwtjes trekt. 

Ze ‘kennen’ zichzelf (als dat al zo is) slechts in die zeer oppervlakkige laag van hun bewustzijn..

En hebben totaal geen idee van de onmetelijke diepte van hun onbewuste -dat individueel-collectief-membraan- dat hun ‘nature’ overschrijft met ‘nurture’; en als een filter op heel hun bewustzijn plakt. 

Als de huid van hun lichamen kennen ze slechts de gewaarwording van de prikkels langs de buitenkant van hun opperhuid als hun bewustzijn -waar ze zich dan mee definiëren als authentiek en autonoom wezen- zonder de immense diepe van hun onbewuste te kennen of zelfs te erkennen. 


𝒾∂เรᗪ𝔫©️MMXXVI

Je kan misschien ook genieten van:

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *