..GedachtenstromeN..
.
Komen..
..en gaan.
.
Gaan en komen.
.
Ze groeien..
Vertakken..
.
Op het tempo als van slakken, die racen.
.
.
Onverstoorbaar.
.
.
Door een netwerk van neuronen
-dat hinterland..
..van alle dromen-
.
Op zoek..
.
Naar nieuwe wegen,
Nieuwe grond,
Om in te bewegen;
.
Om in te boren,
in te graven..
.
Naar het ritme dat ze horen,
Om hun dorst te kunnen laven.
.
Als de wortels van de bomen
zijn ze niet meer in te tomen.
.
Niet te mennen..
Niet te leiden..
Niet te temmen..
.
Als de meervoudigheid van stemmen,
Die nu,
op’t zelfde ritme stromen;
De getijden niet meer remmen.
.
Van eb..
en vloed..
.
Van overvloed.
.
Van overstromen welgekomen om het stremmen,
Het geklonter,
Het verbodsbord, ja! Dat stond er,
.
Weg te spoelen..
Uit te wissen..
.
Niemand zal het ooit nog missen.
.
.
En de vissen…
.
.
Die keren weer.
.
Zwemmend door ‘t gedane zeer.
.
Dat nu wegspoelt..
.
.
In m’n oceaan.
.
.
Als zalmen door de stroom krioelt,
Wat elkeen hier van ons nu voelt:
.
Die aantrekking..
.
Der éigen Natuur.
.
De Bron, de Zon..
gezuiverd en puur…
.
Die oorsprong..
.
Van ‘t bestaan.
.
Waar deze gedachten,
deze fluïde krachten,
verder mogen stromen.
.
Want ook al is de tekst gedaan,
Ze kunnen nu blijven
.
En blijven gaan..
.
En komen.
.
In dat netwerk van neuronen
.
Dat niet enkel meer een land is
waar we enkel
maar van dromen
.
ᗪ𝒾∂เรᗪ𝔫ค©️MMXXVI