-5 minuten leestijd-
Za31012026 – 07:42u
De insteek is -dit nieuwe dagboekschrift beginnend met waar we de vorige eindigde- dat we niets kunnen veranderen, behalve onszelf.
En dat dat begint bij: Aanvaarding.
Aanvaarding van onszelf; van wie wij zijn.
“Ik”, dat opgedeelde “ik”, met die aangeboren kerneigenschappen –hoogsensitief, introvert, hoogbegaafd..- die stuk voor stuk, apart en samen, voor een volledig andere ‘bedrading’ van m’n brein en zenuwstelsel zorgen; en finaal, voor een ander ‘zijn’.
Méns, maar anders.
Een ander ervaren, een ander voelen, een anders denken…
Prikkels die anders binnenkomen -intenser, dieper, op een breder spectrum..- en die anders verwerkt worden -sneller, verder, vertakter..- en een heel andere invloed op ons hebben, dan bij de meeste mensen het geval is.
Waar mensen bv. voornamelijk energie halen uit sociale interacties -als zonnepanelen, kóst dat ons voornamelijk energie -als een belastte batterij.
Waar mensen bv. externe prikkels, zoals geluid en licht, voornamelijk op de achtergrond wegfilteren, blijkt niet alleen onze drempel voor prikkels veel lager te zijn, er treedt bij ons ook geen gewenning op.
Waardoor alle prikkels op de voorgrond blijven.
Ze worden niet weggefilterd, niet naar de achtergrond van het onbewuste verplaatst.
Elke prikkel, elke zintuiglijke waarneming, blijft constant en zonder gewenning op de ‘voorgrond’ van ons bewustzijn aanwezig.
Van (waar we nu zijn) het geraas van het verkeer van de N16, elk gekoerd, getsjirp en gepiep van vogels…
Het geruis van de wind en het geruis van bladeren in de wind..
Alles, onophoudelijk, mee op de voorgrond van ons bewustzijn.
De lichten van elke auto, elke fietser, elke straatlamp.. brandend, verblindend.. op de voorgrond in ons bewustzijn.
Onze schoenen, elke stap -het mechanisme van stappen, elke beweging van dat lichaam- en de waarneming van de structuur van de ondergrond dóór onze geschoeide voetzool.. waarnemend.. op de voorgrond van ons bewustzijn.
Constant! Alles! Op de voorgrond van ons bewustzijn.
En dat alles, elke prikkel, wordt in m’n brein, continu opnieuw en opnieuw -alsof m’n brein elke seconde opnieuw herlaadt- op die intensere, diepere, snellere.. manier, die zo eigen is aan die kerneigenschappen, op die voorgrond van m’n bewustzijn verwerkt, alsof het een een-op-een-gesprek betreft.
Dat is belastend.
Dat kost energie.
Maar het is nu eenmaal zoals we zijn!
Het is niet iets dat wij “express” doen; het is er ‘gewoon’.
Zo werkt dat lichaam.
Zo werkt dat brein.
Zo -en niet om ‘anders of speciaal’ te willen zijn, pére– zijn wij anders.
Heel ons zenuwstelsel, heel ons brein -onze perceptie, onze zintuigen, ons ervaren, ons denken en ons voelen.. ÍS.. anders.
Intenser, sneller, dieper, breder, wijder..
Alles, ongefilterd op de voorgrond.
Alles, in het bewustzijn.
En we hebben ons daar “slecht” over gevoeld.
Schuldig!
We schaamden ons daarover.
Omdat het ons is aangeleerd, om ons daarvoor te schamen.
Omdat het niet “normaal” is.
Omdat dat voor de meeste mensen niet ‘normaal’ is, maar ABNORMAAL!
Slecht! Stout!
In hun beleving, in hun perceptie.. kán dat niet!
En overdrijven we, doen we belachelijk, leven we in fantasie, en in wanen..
En we wilden/willen zó graag aanvaarding.. van hún.. dat we onszelf niet meer konden aanvaarden.. zoals we zijn.
Dat we er alles aan hebben gedaan om te proberen niet dat ‘onszelf’ te zijn.
Wat ons een leeg, hol gevoel is gaan geven; een nutteloos gevoel; een zinloos gevoel..
Om de vervreemding die we voelden, versterkt door hun afstraffingen en uitsluitingen, ongedaan te kunnen maken, probeerden we om niet ‘onszelf’ te zijn.
Maar die vervreemding is ook dan gebleven, die afstraffingen en uitsluitingen ook.
En we zijn enkel nóg verder vervreemd geraakt.. van dat ‘onszelf’.
Pogingen om ons te proberen verantwoorden -ook ingegeven ómdat we ter verantwoording geroepen werden- in de hoop om hun perceptie over ons te kunnen veranderen, leverden nooit iets op.
De hoop om hun ‘beleving’ van dat ons te kunnen veranderen, zodat ze ons zouden kunnen aanvaarden, bleken ijdele, infantiele verlangens.
Maar we hebben geleerd nu, dat we geen enkele invloed of controle hebben over hun perceptie.
Dat wij daar nooit iets gaan aan kunnen veranderen.
Na bijna een halve eeuw proberen, vanwege kinderlijke verlangens, om hun perceptie van ons te veranderen -door onszelf te proberen veranderen- zodat ze ons zouden kunnen aanvaarden en wij die verschrikkelijke vervreemding niet meer zouden moeten voelen, beseffen we nu -eindelijk- dat wij niets kunnen veranderen, behalve onszelf.
En dat is okay.
Dat is echt okay nu.
Daarom -omdat wij alleen controle hebben over onszelf, omdat wij alleen maar onszelf kunnen veranderen- is het begin van die verandering het onszelf niet langer proberen veranderen, maar Aanvaarding.
Het aanvaarden van heel dat onszelf.
Een onszelf, dat anders is. Ja!
En dat is okay.
En als dat vreemd is voor anderen, niet “normaal”, is dat voor ons nu ook echt okay.
Dan zijn we maar vreemd.
Dan zijn we, voor hun, maar vreemd.
En die vervreemding, dat geen aansluiting vinden en uitgesloten worden, al zal ze nooit de enorme eenzaamheid die we daarbij voelen helemaal kunnen uitvagen, voelt niet langer aan als een bedreiging voor dat onszelf.
Of als iets waar wij ons zouden voor moeten schamen, ons voor zouden moeten verantwoorden, ons schuldig over zouden moeten voelen.. alsof wij ‘slecht’ en ‘stout’ zijn of iets ‘fout’ doen.. met te zijn hoe we zijn.
Het voelt niet langer aan als iets dat we moeten ‘oplossen’, door onszelf te veranderen.. of onszelf letterlijk ‘op te lossen’..
Die vervreemding voelt niet langer aan als iets dat onze schuld is.
Integendeel.
Ze spoort ons ergens aan om die vervreemding van dat onszelf nu tegen te gaan; en dieper in die aanvaarding te duiken.
Dieper, in die aanvaarding, van héél dat onszelf.
Het enige waar we vat op hebben.
—
ᗪ𝒾∂เรᗪ𝔫ค©️MMXXVI