Wo21012026 – 07:21u

– 10 minuten leestijd-

Even recapituleren:

Na zondag was er maandag -> huisdokter -> Exentra.

Heeft het te maken met zondag, heeft het te maken met opnieuw te beginnen lezen 1) we waren even gestopt met lezen (lees: non-fictie) 2) we zijn ook terug filosofie aan het lezen, of heeft het te maken met een onbewuste, innerlijke kentering…?

Of alles tezamen?

Hoe dan ook, er zijn ‘Epiphany’-momentjes.

– ‘k moet weer even stoppen met schrijven omdat een meest bizar gevoel me overvalt door de tijd-distorsies die ‘k ervaar. ‘k Zou gezworen hebben dat die ‘Epiphany’-momentjes zich manifesteerden over een uitgerekte periode van mááánden. Minstens! Maar als ‘k dat nu nakijk -aan de hand van hun hand (hun dagboekschriften dus)- stel ‘k vast dat die zich hebben voltrokken in de beperkte tijdspanne van amper twee dagen. De voorbije twee dagen dus! Er is wel ergens ‘aanloop’ te lezen, zou je kunnen zeggen, maar dan is er een ‘spong’. Geen poging tot -en geen kleintje ook niet, maar een heuse grote spong! Een ‘deep dive’ komt in me op. ‘k Zal het dus proberen te verwoorden; het aan de hand van hun hand proberen reconstrueren. –

‘Aanvaarding’

Ergens, zo lijkt het, als een drup, begint er aanvaarding door te sijpelen van het onvermijdelijke.

Van een realiteit, zou je kunnen zeggen.

Van iets dat wetenschappelijk en rationeel al lang niet meer te ontkennen viel, maar waarvan de aanvaarding -door trauma- geweigerd werd.

Kerneigenschappen, die aangeboren zijn en door al die ‘delen’ lopen, maar die door ‘verloop van tijd’ als “Levensbedreigend!” beschouwd werden.

Karakter; Temperament; persoonlijkheid; … ; Identiteit!

Aangeboren eigenschappen die we, door ‘onbegrip’ van de omgeving -van dag één, als levensbedreigend zijn gaan beschouwen.

Later, nadien, zijn daar -door gigantische, overweldigende, verpletterende en verwoestende druk van heel die omgeving- ook nog fenomenale overlevingsadaptaties bijgekomen.

Die eerste versies van die overlevingsadaptaties (die eerste alters), vielen ook ’ten prooi’ aan die ‘druk’.

Daardoor ontstond een noodzaak voor een nieuw en ander soort overlevingsadaptatie.

Die adaptatie, waarvan ” ‘k “, “1v8_k_vdk” dus, de finale versie ben, is ook die eerste ‘adaptaties’ -die eerste alters dus, als levensbedreigend gaan beschouwen.

Dat is waar we tot voor ‘kort’ stonden.

Al het ‘levensbedreigende’ -die ‘eigenschappen’ en al die versies van die eerdere adaptatievormen (eigenlijk dus alles wat met “ik” in verband kon worden gebracht) werd zo goed en zo kwaad als kon verborgen, uitgewist, vernietigd, opgesloten, afgeschermd, genegeerd, verdrongen enz..

In navolging van hoe die omgeving ons dus behandelde en zag, zijn wij -in die nieuwe adaptatie van ‘k dus- onszelf gaan zien en behandelen als ‘slecht’, ‘fout’, ‘ziek’, …,

Een ‘bedreiging’!

Wij, heel dat “ik”, een bedreiging.

Afgesloten van contact met de buitenwereld.

Én, afgesloten van contact met die nieuwe adaptatievorm: ‘mij’.

Tot 2017.

Daar, toen, zijn enkele van die eerst adaptatievormen, door “nieuwe” externe omstandigheden, door m’n barrières gebroken; en hebben die me, bij wijze van spreken, laten struikelen.

Twee dingen zijn er gebeurd:

1) ‘k –systeemalter ‘k– Ben in een paniekreactie alles terug beginnen ‘dichttimmeren’; en 2) die –die eerste, opgesloten adaptatievormen dus– hebben me laten weten hoeveel pijn, hoeveel verdriet die hadden; en hoeveel ‘daarbinnen’ nog ‘leefde’.

Sindsdien proberen we –zij en ‘k– om min of meer ‘samen’ te werken.

Maar het is een moeilijke, moeilijke weg.

Een onbestaand PAD, vol ‘levensbedreigende’ obstakels.

We leren.

We lezen, oefenen, proberen..

Vallen; en vervallen in ‘oude’ gewoontes -> o.a.: dissociatie, pleasen …

De wereld, die omgeving, zo merken we, is nog niet veranderd.

Die omgeving, het ‘levensbedreigende’, is nog niets veranderd!

Zelfs in die ‘oefenkaders’ van de psychiatrie niet -> wat ze niet kennen, straffen ze af!

Maar we leren.

Lezen nóg meer, oefenen nog meer..

Vallen weer.

Staan toch weer op.

Bundelen onze krachten; en staan toch weer op!

Al duurt het soms lang.

Al duurt het soms tergend lang; en gaat het tot wanhoop drijvend langzaam.

Maar het drupt!

Als door een barst in een dam sijpelt er besef en aanvaarding ‘binnen’.

Besef en aanvaarding, van de gigantische ‘watermassa’ die achter die dam zit opgesloten.

En van de rivier en de bron die daarmee beteugeld wordt.

De ‘natuurlijke loop’ -van “ik”- die daarmee wordt ingedamd.

Een dam die altijd hoger en hoger gebouwd is, uit angst voor wat die omgeving weer zou doen als die zou weten wat erachter verscholen ligt; en mettertijd ook uit angst om er zelf door verzwolgen te worden.

Maar het onvermijdelijke is niet te vermijden.

Vanuit die bron blijft er water in die rivier stromen; en vanuit die rivier blijft er water naar die dam vloeien.

En dat ‘doorsijpelen’ dus –door die barst in die ‘dam’ en door die onophoudelijk toenemende druk daarachter– zorgt voor een besef, een aanvaarding, van het onvermijdelijke:

Dat ‘k m’n “ik”, m’n échte zelf, héél m’n opgedeelde zelf dus, mét die kerneigenschappen die ons zo anders maken, niet tegen te houden is;

En dat we dat eigenlijk ook niet WÍLLEN!

Dat het beteugelen van die bron, en van die rivier, het bouwen, onderhouden, verbouwen en verhogen van die dam, alleen maar een TRAUMA REACTIE is.

Een diep, existentiële trauma reactie!

Die dam, die beteugeling van héél dat onszelf, is géén actie die wij vrijwillig ondernomen hebben!

Het is een REACTIE!

Het is een noodzakelijke verdediging geweest, van een kind, op de niet aflatende vernederingen van z’n ‘persoon’; op de continue afstraffingen, kleineringen en bedreigingen.. omdat het anders was.

Een reactie op het onbegrip vanuit en door een omgeving, die niet bij machte was (en is) om voorbij zichzelf te kijken en een ‘persoon’, een kind, te aanvaarden zoals het is; en een kind dat onmogelijk uit dié omgevingssituatie weg kon.

Een omgeving die niet voorbij zijn eigen zeer beperkte, enkelvoudige, kleinzielige perceptie van zichzelf, de wereld en zichzelf in de wereld kan kijken.

Die met verachting, walging, vijandigheid, beoordeling, veroordeling en bestraffing kijkt naar alles dat niet binnen z’n denkkaders valt; en dat zo behandelt.

Alles dat niet denkt, voelt en ervaart zoals hun, alles dat ‘anders’ is, straft en bestraft.

En “ik” was anders.

“Ik” bén anders!

Héél anders.

Dat is me dan heel m’n bestaan ook zeer duidelijk gemaakt.

En omdat we dat als kind niet begrepen, niet ‘weg’ konden, en dat onophoudelijk zéér duidelijk gemaakt zijn dat alles van “ik” fout en slecht was en afgestraft moest worden -en omdat iédereen in onze omgeving zo over ons dacht en ons zo behandelde als we ‘onszelf’ waren- zijn wij dat ‘onszelf’ als ‘levensbedreigend’ gaan beschouwen en hebben wij onszelf vollédig losgekoppeld van dat ‘onszelf’ en zijn we compleet overschakelt op OVERLEVEN.

Om te kunnen overleven..

In die voor ons extreem vijandige omgeving..

Waaruit we dus fysiek niet konden ontsnappen en die ons 24/7 omsloot..

Zijn wij dus overgeschakeld op een continu dissociatief systeem..

Dat..

Ten álle tijden..

In functie van de verwachtingen van anderen en die omgeving kon functioneren.

Die eerste versie -al was het al een multidisciplinair systeem- was nog niet in staat om ons voor ALLES te behoeden.

De latere versie –1v8_k_vdk– ‘k dus, die we adaptief en zelfregulerend hebben gemaakt- kon ons wél voor alles behoeden (als in zich volledig van alles en iedereen, inclusief ‘onszelf’ loskoppelen en dragen wat voor de ‘rest’ niet te dragen was/is; en operationeel compleet onafhankelijk kunnen opereren in functie van ‘verbergen’) en heeft dat ook gedaan (tot 2017 dus).

Maar op een gegeven ogenblik is het ook volledig autonoom gaan besturen.

Want, zoals de omgeving vijandig tegenover ‘ons’ stond, zo is het ook tegenover ‘ons’ gaan staan.

Het is dat ‘ons’, dat “ik”, als oorzaak van al het leed dat ons is aangedaan gaan zien.

Dat ‘anders zijn’, als oorzaak van al het onrecht dat ons is aangedaan -en al het leed dat daarmee gepaard gaat- gaan zien.

En dáár..

Is dus nu, na een lang en moeilijk PAD sinds 2017, verandering in gekomen (lijkt het).

Voor het eerst sinds zeer, zeer, zeeeeeeeeeeeer lang..

Werken we terug een beetje samen; en zijn we dus tot de conclusie gekomen -als een soort ‘aanvaarding’ die dus doorsijpelt- dat wij, en dus “ik”, en dus die ‘bron’ en die ‘rivier’, en dus die aangeboren eigenschappen niet “het probleem” of “de oorzaak” zijn, maar die ‘dam’.

Er zou terug kunnen gewezen worden naar die ‘omgeving’ -die ontegensprekelijk voor die angst en bijgevolg voor die ‘overlevingsadaptaties’ omwille van dat ‘anders’ zijn gezorgd heeft, maar het is de restrictie op dat ‘onszelf’, op heel dat “ik”, als reactie daarop, die ons eigenlijk zoveel leed bezorgd nu.

En dát..

Is het enige waar wij invloed op hebben: Onszelf!

Daar, denk ‘k, denken wij, ligt die ‘aanvaarding’; en daarmee die plotse en enorme ‘sprong’..

Voorwaarts.

Het ontmantelen van die ‘dam’, zodat bron en rivier, dat “ik”, niet langer beteugeld worden..

Enkel en alleen maar om ‘anderen’ (een omgeving) te “plezieren”.

Enkel en alleen maar..

Om “een goed kind” te zijn.

Die beteugeling..

Omwille van hún angst, die ze op ons projecteren, voor wat ze niet kennen.

Hún angst, voor ‘het andere’, het ANDERS zijn.

Hun angst voor iets dat er hetzelfde uitziet, maar anders denkt, voelt en ervaart..

en hun daar in al zijn naïviteit deelgenoot van maakt(e).

Niet beseffend dat z’n eigen perceptuele vermogens zó anders zijn, dat het angst, afschuw, onbegrip en bedreiging bij z’n omgeving oproept.. en afstraffing uitlokt.

Een brein, een geest, een ziel -in een omhulsel dat er soortgelijk uitziet, maar vanbinnen zo anders bedraad is- dat het de wereld op een geheel andere wijze ervaart, en daar anders over denkt en voelt.

We hebben dat nooit begrepen.

Toén, bedoelen we.

Dat wij niet hetzelfde waren zoals zij, en zij niet hetzelfde zoals ons.

Dat zij niet hetzelfde ervaren, denken en voelen zoals ons, begrepen we toen totaal niet..

En de afstraffing dus nog veel minder.

Die machteloze wanhoop van toen -van in al wat ‘jij’ bent (al wat je ervaart, al wat je voelt en al wat je denkt) te worden ‘vernietigd’, terwijl al wat je wil ‘aanvaarding’ is- vermorzelde en versplinterde heel m’n “ik”.

En dat ben “ik” dus, in navolging van die omgeving, ook zelf gaan doen.

Overleven, zo dachten we, kan alleen bewerkstelligd worden met de totale vernietiging van “ik”.

Zoals we hiervoor kunnen lezen besef ‘k nu dat dat niet kan, omdat die ‘bron’ en ‘rivier’ altijd blijven bestaan zijn, maar ‘k ben er wel in geslaagd -ondanks dat ‘k dat mezelf niet kon veranderen of vernietigen- om die omgeving wel te laten geloven dat “ik”, heel dat “ik”, versplinterd en al, niet bestaat.

Als gespiegeld (een spiegel voor hun), adaptief en zelfregulerend, heb ‘k iedereen doen geloven dat er niets anders was dan systeemalter ‘k (zonder dat zij doorhadden dat ‘k een systeemalter ben natuurlijk) en dat wij waren/zijn zoals iedereen.

‘k Was er zelf zó goed in, terwijl ‘k ondertussen heel dat “ik” (al die andere adaptatievormen en al) beteugelde, dat ‘k het bijna zelf zou zijn gaan geloven.. als die constante druk achter die ‘dam’ niet zou zijn toegenomen.

Vanuit die constante ‘bron’ van ons wezen, die onophoudelijk die ‘rivier’ van ons zijn voedt, is dat anders ervaren, dat anders voelen en dat anders denken, nooit ‘opgedroogd’.

Hoogsensitiviteit; hooggevoeligheid; introversie; hoogbegaafdheid…

Allemaal aangeboren eigenschappen –KERN-eigenschappen– die stuk voor stuk, apart en samen, voor een ander ervaren, een ander voelen en een ander denken zorgen.

Eigenschappen die een intenser, dieper, ruimer, sneller … ervaren, voelen en denken met zich meebrengen.

Eigenschappen, apart en samen, die letterlijk en figuurlijk voor een andere ‘bedrading’, andere perceptuele vermogens en een andere verwerking van al die informatie zorgen.

Aangeboren kerneigenschappen die heel dat “ik”, zeer reëel en feitelijk (en wetenschappelijk bewezen), héél anders MAKEN, dan de overgrote meerderheid van de wereldpopulatie.

“ik”, ervaar ANDERS.

“ik”, voel ANDERS.

“ik”, denk ANDERS.

Héél anders!

Niet ‘beter’, niet ‘slechter’, niet ‘juister’ of ‘fouter’… wij denken niet in zulke termen en/of kaders..

Gewoon: ANDERS.

Dat, doorheen heel dat versplinterde “ik”.

En ‘k denk, dat we dat stilaan beginnen te…

AANVAARDEN!


𝒾∂เรᗪ𝔫©️MMXXVI

Je kan misschien ook genieten van:

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *