Het oordeelvrije vacuüm: de vraag om de open geest
Woensdag, 14 december 2022 – 10:34u
Mag ‘k open zijn?
‘k Bedoel ‘gewoon’ proberen vertellen.. zonder dat je me beoordeelt of veroordeelt?
Niet dat je je eigen gedachten niet mag hebben hé, daar heb ‘k trouwens toch niets over te zeggen.
(Ik, toch niet over de jouwe).
Maar ‘gewoon’ even luisteren met een open hart en een open geest, meer niet.
De erfenis van de verstarring: emotionele schaarste in de hoorn des overvloeds
Als ‘k het levenslicht zie spreken we 1977.
Gedachten en opvattingen die in die tijdsperiode gangbaar waren, vanzelfsprekend waren, zijn dat vandaag al lang niet meer.
Opvoeding, hoort daar dus zeker ook bij.
Al wil ‘k daar graag de kanttekening bijmaken dat het me ook nu nog steeds opvalt, bij mijn eigen kinderen nu, dat dat gangbare in uitvoering wel is veranderd, maar dat toch veel van die opvattingen van toen, de kern van die opvattingen, ook vandaag nog steeds gangbaar zijn.
De superioriteitsmatrix: de veroordeling van de emotionele behoefte
Harry Harlow had een kleine 20 jaar eerder experimenten gedaan met aapjes, die nogal controversieel waren, maar die er wel toe leidden dat wij vandaag een vanzelfsprekende opvatting hebben over ‘hechting’.
Toen echter, in 1977 dus ook, was die ‘opvatting’ nog niet in het ‘gangbare’ van de samenleving doorgedrongen.
Toen, ondanks de experimenten en theorieën van onder andere Harlow en Bowlby, was opvoeding (veelal) nog een doorgetrokken lijn van een oorlogsgeneratie, die hun onverwerkte trauma’s en kwellingen zélf hadden doorgegeven.
Aan die babyboom-generatie dus, die toen, ook in ’77, voor opvoeding ‘instond’.
Al was die babyboom-generatie, die op die oorlogsgeneratie volgde, niet meer onderhevig aan ‘materiële’ schaarste, waaronder ook voeding geplaatst kan worden, ze waren wel onderhevig aan de ‘emotionele’ schaarste van die oorlogsgeneratie.
De emotionele hardheid, die emotionele verstarring van die oorlogsgeneratie, doorgegeven dus aan die babyboomgeneratie, die in de jaren na de oorlog plots ook een materiële ‘hoorn des overvloeds’ in handen kregen, waarmee die emotionele schaarste getracht werd op te vullen, dát is de generatie die toen, in 1977 dus, instond voor opvoeding voor die weer daarop volgende generatie.
Hechtingstheorieën waren nog steeds niet echt doorgedrongen in de gedachten en opvattingen van die samenleving.. en vooral ook niet in opvoeding.
Kinderen, in navolging van hun eigen opvoeding, mocht men vooral emotioneel niet te veel verwennen want dan werden het maar zwakke ‘afkooksels’ van die ‘zichzelf verheerlijkende superieure’ generatie, die alles, al die ‘overvloed’, had verwezenlijkt.
Wat er ook nog eens ferm ‘ingepeperd’ werd.
Daarbij zélf onmogelijk nog in te vullen, laat staan te overtreffen, denkbeelden installerend.. bol van verwijten..
De casus didisdna: de materiële ijzeren bron en het emotionele spijkerbed
Als ‘k nu, mezelf bekijkend als een casus, met Harlows aapjes in gedachten, over hechting nadenk, dan stel ‘k vast dat ‘k materieel nooit echt iets te kort gekomen ben.
We spreken hier dan over voeding, kleren, onderdak..
‘k Zou zeggen: Naar best vermogen hebben die ouders materieel al het mogelijke gegeven. (met de kanttekening: Al wat zíj. nodig. geacht. hebben.).
Dus, in vergelijking met Harlows aapjes, waarmee ‘k nu niet volledig naast de subjectiviteit van ‘een gevoel’ kan, heb ‘k dus een ‘ijzeren’ bron gehad voor alle materiële ‘voeding’, maar daarnaast een ‘lappendeken’ surrogaat voor alle emotionele ‘voeding’. (Naar ‘mijn’ gevoelsmatige, subjectieve mening, zijn die ouders dus emotioneel nooit ‘aanwezig’ geweest).
Een ‘lappendeken’ dat er niet alleen maar sporadisch was, (en dan veelal enkel om hun eigen behoeften in te vullen, maar dat zie je nog niet als kind), maar dat ten álle tijden, en dat zónder enige waarschuwing of (voor mij) duidelijke oorzaak, in een vlijmscherp en toxisch ‘spijkerbed’ kon veranderen.
Het gevolg daarvan is een in diep wantrouwen voor mensen gedompelde, ambivalente hechting.
De valuta van het verwijt: de afrekening van de basishulp
Geen van die ouders was er emotioneel voor ons.
Op geen enkel moment, op geen enkel gebied.
Al wat we materieel ooit “gekregen” hebben, ook voeding, is ons verweten.
De somatische hardware: de weubbes en de weigering van de aanraking
Is het normaal dat ‘k eigenlijk geen behoefte heb aan lichamelijk contact?
Allé, misschien eerder dan ‘geen behoefte’ verdraag ‘k het gewoon niet goed.
‘k Krijg daar de ‘weubbes’ van.
‘k Doe dat, verdraag dat, omdat anderen dat nodig hebben.
Maar nee.. behalve van m’n kinderen verdraag ‘k dat eigenlijk niet.
ᗪ𝒾∂เรᗪ𝔫ค©️MMXXII
Epiloog: De wet van de materiële surrogaat
“Wanneer een opvoedingssysteem de emotionele leegte maskeert met de Hoorn des Overvloeds, wordt het kind grootgebracht door een machine van ijzer en textiel. De materiële structuur biedt onderdak en voeding, maar het emotionele lappendeken muteert zonder waarschuwing in een vlijmscherp spijkerbed van afstraffing en verwijt. Dit intergeneratieve trauma, geworteld in de hardheid van een oorlogsverleden, programmeert de hardware van het brein tot een permanent en diep wantrouwen tegenover de soort. Als de basale hechtingstijd is misgelopen, trekt het lichaam de ultieme grens: de afkeer van de aanraking is de biologische weigering om de matrix van de dader nog langer fysiek binnen te laten. didisdna.”