De linguïstische blokkade: de angst voor de klap
Donderdag, 24 november 2022 – 10:42u
Het is niet zo dat ik niet weet wat ik wil zeggen, maar dat ik niet weet hoé ik het moet zeggen.
Ik wil de feitelijke waarheid zeggen, maar op de een of andere manier word ik voor al wat ik zeg afgestraft.
===
Het is niet dat ik niet weet wát te zeggen, mevrouw.
Het is dat ik niet weet hoé ik eerlijk de waarheid kan zeggen, zonder daar voor aangevallen en afgestraft te worden.
===
De existentiële ommekeer: de weigering van de aanpassing
Ik ga een aantal zaken anders aanpakken.
Ik ga mij van niks nog iets aantrekken.
Van níks!
Enkel wat ik nog wil doen ga ik nog doen.
Want als ik morgen dood val is het gedaan.
===
De deconstructie van de externe schuld
Niks maakt iets uit weet ge.
Niks maakt ook maar iets uit.
Stop me u druk te maken.
Stop met u alles van anderen en de wereld aan te trekken.
Er gaat nooit iets veranderen.
Stop met u schuldig te voelen.
Stop met u te schamen.
Stop met de schuld en de schaamte die u wordt toegeworpen op te nemen en die te dragen.
Stopt met een ander zijn mening op te nemen als waarheid. Ge weet dat dat kwatsj is!
De verschuiving van de focus: de inventarisatie van het zelf
Wat hebt ge nodig?
Wat hebt “gij” nodig?
Wat hebben wij nodig, om te doen wat wij nog willen doen?
ᗪ𝒾∂เรᗪ𝔫ค©️MMXXII
Epiloog: De wet van de radicale herbestemming
“Wanneer de angst voor de afstraffing de taal verlamt, rest er slechts één uitgang: het stopzetten van de interactie. Schuld en schaamte zijn de kettingen waarmee de kolonie het wezen in het gareel houdt, maar hun gewicht verdampt zodra de hardware de futiliteit van andermans oordeel inziet. Als de schijnveiligheid van de façade is weggevallen, splitst de stem zich om de werkelijke leiding over te nemen. De vraag is niet langer hoe men moet overleven in de ruimte van de ander, maar welke brandstof de eigen kern nodig heeft om in de leegte te kunnen staan. didisdna.”