Persevero nec spe nec metu!
Proloog: Van het kluwen naar de bron
“Wanneer de Kafkaiaanse Wet van Murphy het kluwen van het bestaan onontwarbaar lijkt aan te trekken, blijft er één vraag over: waarom blijven we rechtkrabbelen? Waar de vorige reflectie over de muur van institutioneel onrecht en wantrouwen de buitenwereld fileerde, daalt deze tekst af naar de broncode van die volharding. Een zoektocht naar het ‘ongevraagd sterrenkind’ in een wereld die het eigen denken als een dreiging ziet. Dit is geen verhaal over herstel, maar over de rauwe geometrie van het overleven.”
-5 minuten leestijd-
Een kafkaiaanse wet van Murphy dus..
Ik weet niet waarom ik recht blijf krabbelen.
Geen idee waar we de energie, de kracht en misschien zelfs (als ik dat zo mag noemen) de moed vandaan blijven halen om vooralsnog niet op te geven.
Om ondanks alles toch nog te proberen om door te blijven gaan.
In geen een van mijn delen is er een echte ‘ik-identificatie’ aanwezig.
Nergens wordt er een echt ‘ik-narratief’ gevoeld.
De archetypische spiegel: Thorgal en het ongevraagde sterrenkind
Maar misschien zit er onbewust toch een “Thorgal”-gehalte dieper in ons ‘ingebakken’ (of aangeboren) dan we zelf beseffen.
Hmmm… ‘k moet lachen.. om het ‘ongevraagd sterrenkind’ dat zowel de zegen als de toorn van de goden in zich meedraagt.
Ik herinner mij weinig of niets van ‘mijn’ verleden of jeugd.
Al zeker niet in een ‘ik’-narratief.
Maar ik weet wel dat ik een aantal pagina’s uit een van die albums had (ik heb het opgezocht en het is uit het 7e) die in zo’n vakantie-puzzelboek zaten.
Je weet wel, zo’n compilatie-stripboek met puzzels in.
Omdat dat maar een stukje van het verhaal was snapte ik dat niet. Toch niet echt denk ik.
Maar ik weet wel, ergens, dat ik dat grijs gelezen heb. Op de een of andere manier daartoe aangetrokken.
Iets moet mij daarin aangetrokken hebben, zonder te begrijpen of te beseffen wat.
Al gaat die passage -die pagina’s dus- in niets over wat ik probeer te vertellen.
(hmmm… om effe die kafkaiaanse wet van Murphy nog eens aan te halen: tegen beter weten in heb ik mij eens laten overhalen om die eerste tien albums -allemaal eerste drukken- uit te lenen aan een halfzus van een “vriend”. Ik heb ze nooit meer weer gezien.)
Hoe dan ook, dat personage heeft eigenschappen en kenmerken waar hij zelf niet om gevraagd heeft maar die ‘gewoon’ aanwezig zijn.
Eigenschappen en kenmerken ook die er (onbedoeld) voor zorgen hij altijd wat buiten ‘de groep’ komt te staan.
Niet zijn keuze, want hij wil alleen maar rust, maar mensen behandelen hem omwille van die eigenschappen en kenmerken “gewoon” zo.
Hoe hard hij zijn best ook doet om ‘goed’ te doen voor zijn omgeving, wat hij ook doet het is nooit goed.
Zelfs niet goed genoeg.
En dan is die ook nog eens onderhevig aan diezelfde soort absurde samenlopen van zaken en omstandigheden.
Een even absurde kafkaiaanse wet van Murphy ‘rollercoaster’ die ook hem van ’t kastje naar de muur doet slaan.
Maar hij blijft ook maar opstaan.
Tegen beter weten in, zelfs al is het beter van te blijven liggen, is het onwaarschijnlijk dat er ooit nog kan worden rechtgestaan na weer de zoveelste klap…
Als het oneerlijk is, als het om voor een ander op te komen is of als het op de een of andere manier onrechtvaardig is.. krabbelt die op de een of andere manier weer recht..
Zelfs al tart hij de goden daarmee.
Zelfs al haalt hij hun oneindig onsterfelijke haat en toorn daarmee op de hals.
Als het onrechtvaardig is.. krabbelt hij terug recht.
En weet je, ik kan dat niet geweten hebben toen.
Toen, toen ik klein was en die paar pagina’s uit dat zevende album las, kon ik dat niet geweten hebben.
Ik ben dat eigenlijk zelfs nu maar pas aan het.. (her)ontdekken.. dat ik aangeboren kenmerken en eigenschappen heb die mij zéér anders maken dan de gemiddelde persoon.
De existentiële dreiging van het anders-zijn
Die hoogsensitiviteit, zowel sensorisch als gevoelsmatig.
Waar ik op beide vlakken, door heel mijn omgeving, zo intens zwaar voor afgestraft ben geweest, dat mijn hier vandaag nog zijn, alleen daardoor al, onwaarschijnlijk is en aan een even onwaarschijnlijk dun zijden draadje hangt.
Die hoogbegaafdheid, die ik -nu nerveus lachend- op geen enkele feitelijk rationele manier meer kan ontkennen, die mij zó immens anders doet denken dan andere mensen dat het voor mij zelfs, door mijn ervaringen daarmee tot vandaag, levensbedreigend aanvoelt.
Kunt g’u dat voorstellen!?
Dat uw eigen denken levensbedreigend aanvoelt.
Dat je beseft, omdat je dat je leven lang ondervindt ook, dat uw eigen denken, wat je niet kan uitschakelen he want het is je denken, levensbedreigend is voor uzelf, ‘gewoon’ omdat andere mensen zo niet denken.
“Gewoon”, omdat uw denken anders is.
Punt.
Ge kunt u dat niet voorstellen he, maar dat is wat er al heel mijn bestaan is.
Dat mijn denken, in combinatie met die HSP dan ook nog, zó anders is, dat het gezien wordt door mijn eigen brein als levensbedreigend.
Omdat dát de ervaring is die we hebben met mensen hé!
Tot vandaag hé!
Al heel ons bestaan lang is enkel dát onze ervaring: dat als wij laten merken wat we echt zien, horen, voelen, opmerken… als wij écht laten merken wat we denken.. heeft heel onze omgeving dat altijd al zwaar en meedogenloos afgestraft.
Stel het u maar voor he.
Vanaf dat je goed en wel kunt kruipen is al wat je voelt, opmerkt en denkt.. een bedreiging voor uzelf.
Ik probeer mij dus al heel mijn bestaan aan te passen.
Te verbergen wat ik opmerk, denk en voel.
Al wat “ik” is, te verbergen.
Omdat het levensbedreigend is.
Neen, ik denk niet dat er veel mensen zijn die dat kunnen bevatten.
Hg80 en de noodzaak tot camouflage
Mijn denken is zo anders.. zo revolutionair anders.. zo.. ja, evolutionair anders.. denk ik.. dat het mijzelf dikwijls beangstigd.. omdat het mij alieneert van het denken van mensen ook.. waar diep in mijn brein wel nog steeds ‘veiligheid in groep’ opgeslagen ligt..
En mensen zijn meedogenloos als je anders bent!
Zelfs uw “naasten”. Vooral uw naasten!
Dus ik camoufleer, conformeer, verberg “mij” -als Hg80 tussen de andere metalen..
Maar het is onrechtvaardig..
De toorn van de goden: Onrecht en volharding
Ik kan niet blijven liggen dan..
Al zijn het de “goden” zelf dan die ons weer in toorn neergeslagen hebben..
Omdat we niet zijn zoals zij..
Ik kan niet blijven liggen.
Ik weet niet waarom, maar tot mijn laatste druppel bloed, tot mijn laatste ademteug zal ik, net zoals Thorgal, recht blijven krabbelen.. als het onrechtvaardig is..
Hoe bang ik ook ben.
ᗪ𝒾∂เรᗪ𝔫ค©️MMXXII
Hoe langer hoe meer we er bij nadenken..
Wat voor rotte, rotte mensen waren die opvoeders nu toch zeg..
Wat voor verrotte zielen!
En die schuiven nog steeds al hun denken en al hun gedrag in onze schoenen he!
Epiloog: De wet van het bloed
“Het kluwen van het verleden is geen toeval, maar een constructie. Terwijl ik mijn eigen denken als levensbedreigend leerde maskeren, perfectioneerden zij de kunst van de projectie. Maar de ‘Kafkaiaanse wet’ heeft één hiaat: zij kan de broncode niet herschrijven. De toorn van de goden mag dan luid zijn, de stilte van het DNA is dieper. Ik krabbel niet recht omdat ik hoop op verandering, maar omdat rechtkrabbelen de enige geometrie is die ik ken. Tot de laatste druppel. Tot de laatste adem. Punt.”
ᗪ𝒾∂เรᗪ𝔫ค©️MMXXVI