De drempel van het delen

Dinsdag, 14 juli MMXX – 20:30 – 22:48u

Ik zou iets willen opschrijven op het blog.

Denk ik.

Of iets willen posten op Instagram.

Maar ik bedenk mij steeds.

Of beter, ik kom tot niets.

Ik had die foto gemaakt voor bij een andere tekst.

Een tekst over mij -ik als verdedigingsmechanisme- maar niet iedereen was er al klaar voor om dat te delen.

De blokkade van de interne censuur

De dingen die de laatste tijd zijn opgeschreven zijn ergens te direct.

Te persoonlijk.

En voor de rest speelt die algemene nutteloosheid mij zwaar parten.

Al die waarom’s.

Waarom nog?

Welk nut heeft het nog om te vechten?

Om te proberen te blijven vechten?

Ik zoek verbinding maar vind ze niet.

Mensen gaan lopen omdat we té anders zijn.

Té anders denken.

Té complex zijn.

Ik zoek verbinding maar laat ze niet toe.

Er is al te veel en te dikwijls gekwetst.

Te veel beloften gemaakt en gebroken.

Ik sluit mij af.

Isoleer mij.

Omdat ik niet meer weet wat ik anders nog moet doen.

En al is het de spreekwoordelijke keuze tussen pest en cholera.

Ze voelt allesbehalve spreekwoordelijk aan.

Het theater van de rechte rug

Ik zeg dat het goed gaat en toon wat mensen willen zien.

Een rechte rug.

Een glimlach.

Zelfvertrouwen.

Want de werkelijkheid wil niemand zien.

Wil niemand weten.

Niemand horen.

Al zijn er genoeg ongegronde conclusies waar ik uit kan kiezen om te zeggen dat het niet zo is.

Dat het niet zo is en dat er maar weer gewoon moet worden gedaan.

De stilte die geen doofheid is

Ik zwijg omdat er toch niet wordt geluisterd.

Dat is de laatste tijd wel heel duidelijk geworden.

Voor het geval dat het nog niet duidelijk genoeg was denk ik.

En er wordt vanuit gegaan dat omdat ik zwijg ik ook niet luister.

Dat stilzwijgen doofheid inhoudt.

Maar ik luister wel.

Heel goed zelfs.

Ook al doet het pijn van te luisteren.

Het verlangen naar een ongekend leven

Ik vraag mij af waarom ik nog zou blijven vechten.

Waarom ik elke keer opnieuw probeer recht te kruipen.

Terwijl het zoveel energie vraagt.

Het zoveel makkelijker zou zijn om te blijven liggen.

Ik denk veel aan morgen.

Aan wat als ik er morgen niet meer ben.

Ik zou het jammer vinden denk ik.

Écht jammer.

Jammer om morgen dood te vallen zonder ooit echt te hebben geleefd.

Zonder ooit echt de kans te hebben gehad om te mogen leven.

Zonder met mezelf of anderen ooit echt in verbinding te zijn geweest.

Het lijkt me zo mooi.

En ergens denk ik -of wil ik graag geloven wat er soms wordt gezegd- dat ik nog wel iets interessants te vertellen heb.

Of dat ik nog wel mooie dingen zou kunnen maken.

Dat ik al die creatieve ideeën nog wel zou willen uitwerken.

Maar wat maakt dat uit als er geen verbinding is?

Als het niet gedeeld kan worden met iemand?

En wat maakt dat dan allemaal uit als je er morgen niet meer bent?

Hg80


𝒾∂เรᗪ𝔫©️MMXX

Epiloog: De wet van de onvervulde spiegel

“Wanneer de wereld de diepte van de stilte verwart met de afwezigheid van de ziel, sterft de verbinding nog voor zij is geboren. De wet van de onvervulde spiegel dicteert dat een rechte rug vaak niets meer is dan de steunpilaar van een instortend huis. Het is de ultieme eenzaamheid: te luisteren naar een wereld die jouw taal niet spreekt, terwijl je de woorden voor je eigen leven in de schaduw moet houden. Maar zelfs in de wanhoop van het niet-gezien-zijn, blijft de kiem weten dat zij interessant is. De tragedie is niet de dood, maar het risico om te verdwijnen zonder ooit de barst in de spiegel aan een ander te hebben getoond. didisdna.”

Je kan misschien ook genieten van:

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *