Maandag, 8 juni MMXX – 06:00u
Wakker geschoten.
Kort maar vaster geslapen.
Van de Amaretto denk ik.
Al weet ik dat alcohol enkel die indruk wekt.
En dat het binnen gieten van dat laatste glas rond vier uur, er enkel en alleen voor gezorgd heeft dat de ogen überhaupt even gesloten zijn.
De Flarden van de Onrust
Een droom, die bij het ontwaken maakt dat hij snel uit de voeten is, laat in zijn haast wel nog de flarden van de onrust die hij bracht achter.
Het miezert buiten.
En terwijl de waterkoker zacht grommend de warmte die door de wrijving van de elektronen in zijn weerstand veroorzaakt wordt overbrengt op het water, zet ik voor de laatste keer de kamerplanten buiten.
Het is een onbeduidende daad, ik weet het, maar het zorgt voor enige afleiding.
Met een doffe ‘klak‘, waarmee de temperatuurrelais te kennen geeft dat de voor hem gewenste watertemperatuur bereikt is, hoor ik het terugvallen van de schakelaar nog net boven het borrelende water in de waterkoker.
Het nog steeds verhitte weerstandselement houdt het water nog even pruttelend aan de praat als ik de laatste plantjes buiten zet.
De Mok en de Korrels: Rituelen van de Onverschilligheid
Ik drink de laatste tijd enkel nog oploskoffie.
Voornamelijk omdat ik er mij niet kan toe aanzetten om verse koffie te maken waar toch niet van genoten kan worden.
Er is zoveel afstand van mezelf dat alles weer enkel in-functie-van plaatsvindt.
Voor die eerste tas schep ik twee opgetornde koffielepeltjes gevriesdroogde koffiekorrels in de mok die er al heel de week dienst voor doet.
Het is geleden van verleden week, van als de kinderen hier waren, dat ze nog zeepsop heeft gezien.
Voornamelijk omdat het mij geen bal kan schelen.
Maar ook, omdat er in de weken dat de kinderen hier niet zijn, geen afwas wordt gemaakt die noemenswaardig genoeg is om de gootsteen voor te vullen.
Nadat het hete water op de korrels is gegoten en daarmee niet enkel díé worden opgelost, maar ook de koffieranden van de voorbije week, proef ik, als ik voorzichtig van de hete drank slurp, nog sporen van de amaretto waarmee de mok gisterenavond was gevuld.
En terwijl de koffie me lijkt uit te lachen kost het moeite om geen ferme slok te nemen.
Zodat de rest weer aangevuld zou kunnen worden met die zeemzoete amandellikeur.
Maar ik herinner mezelf eraan, dat het nu de moment niet is om brandwonden op te lopen.
Dat er straks nog een afspraak moet worden gemaakt.
Met de huisarts.
Om nog een inspuiting in die pees van die knie te krijgen, want ze geneest maar niet.
Het Aftellen: Hardware-reparatie voor het Vertrek
Voor zover het nog niet het geval was is het aftellen nu echt begonnen.
Zo goed als alles is geregeld en voor de weinige dingen die ik eventueel nog zou wíllen doen, heb ik nog de rest van de week tijd.
1v8
ᗪ𝒾∂เรᗪ𝔫ค©️MMXX
Epiloog: De wet van de restwarmte
“Wanneer de ziel is uitgecheckt, rest enkel de mechanica van de weerstand. De waterkoker die afslaat met een doffe klak is de enige gids in een wereld die geen betekenis meer heeft. De amaretto en de gevriesdroogde korrels zijn de brandstof voor een omhulsel dat zichzelf nog één keer moet opladen voor de sprong. Het is de stilte voor de storm, waarbij de afwas die blijft staan de enige getuige is van het feit dat de bewoner van de burcht de sleutels al in de hand heeft. Het aftellen is geen verlangen meer, maar een onvermijdelijke natuurwet. didisdna.”