Het motief van het verhaal: Altruïsme of de zoektocht naar eigenwaarde?
17/01/’20 – Vertellen… we willen vertellen… zoveel vertellen… nu het nog kan. Fysiek, nu het nog kan. Ondanks dat er onder andere een diepgewortelde drang naar ‘rust’ is, is er, ergens, ook een soort angst om vandaag of morgen dood te vallen zonder dat het verhaal is verteld. Zonder dat er nog een ‘keuze’ over blijft om het al dan niet te vertellen. Hoe dom ook want als ik morgen dood val heeft het ook totaal geen nut meer en ligt niemand er nog van wakker. Psychisch wordt er op heel wat gestoten waardoor het sowieso al moeilijk is om iets te vertellen, maar fysiek gaat het nu nog. Zou het nu nog gaan. Toch, die grote drang om mijn verhaal te doen beangstigd ook. Omdat er geen enigheid is, het te ambivalent is. Door alle afzonderlijke en collectieve ervaringen samen. Waardoor de oorsprong van waaruit die drang gegenereerd wordt heel onduidelijk is. Vragen pro en contra teisteren continu het vacuüm waarin wordt verbleven. Wordt die drang om te vertellen gegenereerd vanuit het verlangen om mij niet langer te moeten verstoppen? Uit nood en behoefte aan verbondenheid, aan genegenheid en warmte? Omwille van eenzaamheid, wanhoop of verdriet? Uit kwaadheid over het onrecht dat ons allemaal is overkomen? Uit altruïsme om met het vertellen van mijn verhaal anderen misschien iets te kunnen bieden, dat hun zou kunnen sterken of inspireren. Bestaat altruïsme eigenlijk wel? Is het net niet vanuit egoïsme. Om zelf iets te betekenen, om mezelf waarde te proberen geven. Om geliefd te worden. Wil ik wel geliefd worden?
ᗪ𝒾∂เรᗪ𝔫ค©️MMXX
“De haast om te spreken is de angst dat de stilte het laatste woord krijgt. In het vacuüm van de onbeslistheid strijden de nood aan verbondenheid en de vrees voor blootstelling om de regie. Of het nu altruïsme is of een laatste poging tot zelf-creatie: het verhaal moet eruit, voordat de geometrie van de tijd zich definitief sluit. didisdna.”