IN DE KIEM GESMOORD
Nieuw leven was gekomen
Vol wonderlijke dromen
Maar wat het gauw werd bijgebracht
Zijn dromen in de kiem versmacht
Dansend van nieuwsgierigheid en zingend van plezier
Brak levensvreugde uit in spijt in’t angst gevangen dier
Naïeve onschuld was het kwijt
En al wat het ooit had verblijd
Stak vingers uit in streng verwijt
Bevangen nu door angst, het dier
Omklemd door spiegels voor vertier
Pandora open op een kier
Die wanhoop nu vertaal ik hier
Zat je ooit al vast in drijfzand
Waar alle zekerheid is verdwenen
Eenzaam in een niemandsland
Al wat je kent je enkel doet wenen
Worstelen om eruit te raken
Levert niet het beoogde verschil
Spieren die onder de inspanning kraken
‘t Tegenovergestelde van wat je net wil
Steeds vaster komen te zitten
Hoe hard je ook niet wringt
Onwetend aan het spitten
Nerveus lachen dat weerklinkt
Blinde pogingen groot en klein
Brengen enkel meer wanhoop, enkel meer pijn
Niet onwil dan of keuze
Is wat je tegen houdt
Niet opgeven als leuze
Die leuze klinkt nu oud
Moeten blijven vechten
Uit noodzaak, angst of eigen behoud
Je nergens kunnen aan hechten
Doe je ‘t toch, dan loopt het fout
Want wat hoop je pleegt te beloven
Bij al dat worstelen hier
Wordt ijdel en zal dan zelf doven
Die kiem in ‘t angstige dier
Echt, niet enkel de wereld van drijfzand
Waar ‘t dier rotsvast in zit
Zo ver weg van de zijkant
Ontneemt het al zijn pit
Nee ook ginds daar aan de rand
Is een verblindend triestig oord
Al reikt ze soms de hand
Ze leidt enkel wie niet stoort
Een kiem dan, groeit niet uit tot plant
In een wereld die alles weerhoudt
En niet enkel die wereld van drijfzand
Is angstig, eenzaam en koud.
Sept. ‘19
διαίρεση © MMXIX
ᗪ𝒾∂เรᗪ𝔫ค©️MMXIX
De paradox van het vechten: Wanneer overleven een eenzame strijd wordt
Over de verstikking van de kiem:
“Waar mijn eerdere manifesten de architectuur van de PAD en de Krak beschreven, raakt dit gedicht de rauwe realiteit van de strijd. Het ‘dier’ is hier niet langer een functioneel wonder, maar een wezen bevangen door angst, door terror, via conditionering. Het drijfzand symboliseert de paradox van trauma: hoe harder men vecht om te voldoen aan de norm, hoe dieper men wegzakt in de zelfverloochening. Het is een aanklacht tegen een maatschappij die enkel de hand reikt aan wie ‘niet stoort’, en daarmee de werkelijke kiem van authenticiteit in de kiem smoort.”
De 52 regels van het drijfzand: Psychiatrie als summum van conformisme
Over de 52 regels:
“Dit gedicht is opgebouwd uit exact 52 regels: één voor elke week in de psychiatrie. Als summum van een leven waarin de ‘kiem’, authenticiteit, door conditionering en angst, wordt opgeofferd aan de ‘spiegels voor vertier’. We spiegelen de norm aan de buitenwereld om hen gerust te stellen, terwijl we intern verdrinken in drijfzand. Het is een aanklacht tegen een systeem, een wereld, waarin de authenticiteit van elk dier wordt omgebogen tot een verblindend triestig oord van eenzaam conformisme.”